Groet uit Schoorl: lopen zonder bling

Ik ben wel erg diep gezonken. Ik sta op zondag om 7:30 op. Vervolgens rij ik 88 km. Dat is bijna anderhalf uur. Pendelbusje om nog eens een kwartier te rijden. 500 meter wandelen. Daarna loop ik 30 km hard. Gemiddelde temperatuur is een graad of drie met ijskoude tegenwind. Heuveltje op, heuveltje af, sommige stukjes twee of zelfs drie keer. Na afloop rij ik weer een kwartier met de pendelbus en in de auto 88 km in anderhalf uur terug. Waarschijnlijk is de zondag dan inmiddels voorbij. Ik doe dit vrijwillig. En ik krijg niet eens een medaille. Vandaag lopen we Schoorl. Voor het handdoekje.

Met een zorgvuldig gepland schema rijden we richting Schoorl. Ondanks de ingebouwde marges komen we toch te laat voor het fotomoment van de RMD groep. Ik had geen rekening gehouden met de 500m lopen naar de sporthal, het omkleden en de drukte. Volgende keer dan toch maar een half uurtje eerder vertrekken, en dus opstaan. Zucht. Ook richting de start heb ik een beetje stress. We mogen in startvak rood maar het is erg druk en smal. Uiteindelijk blijkt dat we toch langszij naar ons vak kunnen. En dan, waar anderen normaal gesproken pas écht zenuwachtig worden, kan ik eindelijk ontspannen.

Frank en ik hebben afgesproken om vandaag als training te lopen. Frank is ziek geweest en wil kijken hoe het gaat, en ik heb toch stiekem de 25 km van Apeldoorn nog in mijn benen. Dus ik vind het prima. We lopen dan ook samen, ondanks dat we muziek op hebben, en gaan voor iets tussen de 10 en 10,5 km per uur. Ondertussen beweegt de menigte zich naar voren totdat we geleidelijk de start passeren. We zijn op weg.

Het eerste stuk is nog in het dorp. Ik vind het druk en smal, en moet oppassen voor zwaaiende camelbacks, bungelende ellebogen en stampende hardloopschoenen. Bovendien word ik onrustig van het feit dat ik niet weet wat ik kan verwachten. Het is een tijd geleden dat ik een ‘nieuwe’ loop gedaan heb van een dergelijke langere afstand. Zelfs in Valencia kende ik de omgeving omdat ik daar gewoond heb. Omdat we zelf ook met camelback lopen kunnen we de drankposten in principe overslaan.

Op ongeveer zes kilometer zien we iets raars. Tussen de vele verwarrende afstandsborden door staat er een bord waarop een splitsing aangeduid staat richting finish en richting het vervolg van de 30 km loop. Maar het zijn de verontrustende woorden ‘30 km extra ronde’ die me van slag brengen. Extra ronde? Hoezo extra ronde? Veel tijd om er over na te denken krijg ik echter niet. Even later gaan we een hoek om en lopen we een lang stuk heuvel op dat mijn aandacht vraagt.

Desondanks lopen we lekker met een goed tempo. Ik laat Frank het tempo bepalen en blijf in zijn buurt. Op sommige momenten met meer moeite dan andere want hij kan lekker de sokken er in zetten terwijl ik denk, ‘we moeten nog een stukje’. Ik verbaas me er altijd over hoe snel de eerste tien kilometer gaan op de langere afstanden. Het parcours is mooi en saai tegelijk. We lopen over een eentonige verharde weg, maar de omgeving is mooi. Bos, duinpannen, of een combinatie er van. Ik was even bang dat ik met mijn drie lagen toch te warm gekleed zou zijn, maar als ik met enige regelmaat de ijskoude wind voel ben ik alleen maar blij dat ik ze aan heb.

Richting de 15 km kom ik in een dipje. We zitten dan op open vlakte en met een stevige wind tegen. Het welbekende ‘ikzitnognieteensopdehelftenbennoualmoe’ momentje. Frank roept dat hij een banaan wil pakken bij de drinkpost en praat tegen me aan. Ik gebaar dat ik alles best vind maar niet in staat ben om te reageren. Als hij moet plassen loop ik rustig door. Tenminste, voor zover de wind me dat toestaat, die nu flink tegen me aan loopt te beuken. In een bochtje tussen twee duinpannen door worden we zelfs gezandstraald. Krijg je er zomaar gratis bij, die huidpeeling. Drie kilometer later proef ik nog zand tussen mijn tanden. Maar eerlijk is eerlijk, voor de rest is het prachtig weer en de verwachte regenbuien blijven uit. Frank is tegen die tijd weer bij me.

Bij de 20 km nemen we even een rustmomentje om te wandelen en te eten. Gek genoeg voel ik me daarna verkwikt en ontspannen. Ik zet per ongeluk de Terminatorknop aan en ik heb zin om de laatste 10 km er nog even tegen aan te gaan. Het programma draait en is niet meer te stoppen, wat uiterst onfortuinlijk is want Frank daarentegen krijgt het juist zwaar. We zijn weer bij het punt van de splitsing en de ‘extra ronde’, waarvan we nu snappen wat de bedoeling is. En we krijgen ook weer de heuvel op. Frank zegt dat ik mag gaan, maar ik wil hem eerst die heuvel op helpen. Op mijn klokje gaat het steeds langzamer en ik besluit even te kijken hoe we er voor staan als we op kilometer 25 zijn.

Boven aan de heuvel krijgen we nog een heen en weertje die me zwaar demotiveert. Bovendien kost het langzame lopen me erg veel energie. Aan het eind van het heen en weertje kijk ik Frank aan. Die is van de wereld en met zijn toestemming laat ik hem de laatste 5,5 km los. Het voelt beter om op eigen snelheid te kunnen lopen, maar het blijft ploeteren. Tenslotte is het nog steeds 30 km en ook nu zitten er nog een paar stukken met wind tegen in. Ik hou me vast aan de gedachte van het 28 km bord en het feit dat ik daarna bij de splitsing wél naar de finish mag.

De finish die 29,9 km aangeeft, dus ik dribbel nog wat heen en weer totdat ik 30 km op mijn klokje heb staan. De officiële eindtijd is 2:53:44 en ik ben dik tevreden. Nog een lange weg voor een sub 4 marathon, maar op schema voor de sub 4:15. Dan is het wachten op Frank. Als Richard en Ketura van de RMD finishen krijg ik verontrustend bericht. ‘Frank stond stil bij de 25 km. Last van zijn hamstring.’ Ik voel me gelijk schuldig dat ik hem alleen gelaten heb, terwijl ik tegelijkertijd denk dat het de juiste keuze was. Hij zou niet gewild hebben dat ik door hem tegengehouden zou zijn. Opvolgende berichten geven aan dat hij weer aan het lopen is, zij het moeizaam, en op 1500 meter zit. Ik slaag een zucht van verlichting en wacht hem op als hij hinkelend uiteindelijk ook finisht. Volledig verkrampt.

We halen onze prijs, het handdoekje, op en wandelen rustig naar de sportzaal zodat Frank even gelegenheid heeft om bij te komen. Zodra het weer gaat zoeken we de pendelbus op die verrassend genoeg gelijk klaarstaat zonder rij. Op weg naar huis heeft Frank een cheeseburger verdiend. Ik heb dan al een broodje kaassouflé in mijn holle kies gestopt. Een voorafje voor de aan huis bezorgde Sushischotel later op de avond.

Schoorl. Ik ben er twee keer geweest om iets met paarden te doen. Ik had me voorgenomen om deze run uit principe nooit te lopen. Maar soms moet je je aanpassen aan een nieuwe werkelijkheid. En in die werkelijkheid ben ik een marathonloopster die haar lange afstanden wil trainen, zichzelf wil uitdagen en waarbij diezelfde uitdaging meer en meer waarde krijgt ten koste van de bling. Omdat bling leuk is, maar ik mijn eigenwaarde en voldoening ook gewoon uit een goed gelopen race kan halen en daar geen bevestigingsbling meer voor nodig heb.

Ach bullshit! Wie hou ik nou voor de gek? Schoorl. Been there, done that, got the towel. Volgende keer gewoon weer een wedstrijd mét bling!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.