Trail des Fantômes

Ik hou van asfalt. Lekker strak, glad, grijs glanzend of zwart glimmend asfalt. Het liefst vlak. Kan ik me helemaal uitleven met blik op oneindig en verstand op nul terwijl ik in monotone hypnotische gelijkmatige passen als een zombie naar het einde van de wereld ren. Als ik in een gekke bui ben een beetje fartlekken maar voornamelijk dieselen. Kilometers vreten. En een enkele keer snelheid maken als ik voor de verandering wél een korte afstand heb. Podium jagen en medaille pronken. De wegwedstrijdrenster.

Frank is meer het avontuurlijke type. Onregelmatig onverhard door het bos. Beekje, stenen, gras, aarde en modder als het geregend heeft. Drie uur over tien kilometer doen terwijl hij de bloedzuigers van zijn benen plukt die na het riviertje aan zijn kuit zijn blijven plakken. Camelback op de rug met je eigen eten en drinken en regelmatig boven aan de heuvel stoppen om weer op adem te komen en een foto te maken. De trailrunner.

Nu bepaal ik negen van de tien keer welke wedstrijden we lopen, bepaal het schema en de planning en schrijf ons in. En Frank gaat altijd braaf mee. Maar omdat het huwelijk een kwestie van geven en nemen is glipt er af en toe dan stiekem ook wel eens een Trailrun tussen door. En dus lopen we vandaag de Trail des Fantomes, in de Ardennen. Omdat hij in het schema past. Met een beetje fantasie, want we moeten 28 km maar hebben ingeschreven voor de 22 km. Ze zeggen dat je er 20% bij op moet tellen als het een trail is, en 22 km is ‘ongeveer’. ‘It’s not a rule, it’s more sort of a guideline.’

Trailen dus. Ook goed. Niet zo verwonderlijk echter dat ik me niet zo verdiept heb in waar, wanneer, hoe ver en hoe de route er uitziet. Toch sijpelden afgelopen week wat termen mijn gehoor in. Termen die ik liever niet hoor. Termen als ‘klimmen aan een ketting’, ‘waden door de rivier’ en ‘steile afdalingen’. Flitsen van 24 km modder tijdens de Polar Bear afgelopen januari dringen zich uit mijn geheugen op. Ik stop ze gauw weer weg. Zucht, je moet wat over hebben voor een goed huwelijk. Nou ja, we zien het wel. 

Omdat het drie uur rijden is gaan we zaterdag al. ‘Maken we er gelijk een gezellig weekendje van.’ Een korte post in de RMD groep leert dat er minstens nog vier gekken zijn die meelopen. Dus als wij zaterdagochtend vroeg vertrekken wordt er al druk heen en weer geappt om af te spreken. Wij zijn rond 11:00 bij onze slaapplaats en gelukkig mogen we gelijk de kamer in. Daarna rijden we richting de start, slechts 7 km verderop. Vandaag worden er ook al afstanden gelopen en Marco, die aan het voorbereiden is voor de Jungfrau Marathon, loopt vandaag én morgen. Ach ja, je hebt altijd baas boven baas. 

Nadat we onze startnummers vast opgepikt hebben ploffen we neer op het terras en wachten op Marco zodat we hem kunnen uitzwaaien op zijn 14 km van vandaag. Daarna wandelen we naar het centrum van het dorpje waar we kunnen lunchen en gelijk maar de pizzeria voor de avond reserveren. Marilene en Ysbrand arriveren ook en samen gaan we terug naar het terrein om Marco binnen te halen, die dan allang binnen blijkt te zijn. Uitslover. ‘s Avonds bij onze privé pasta party sluit ook Richard nog aan, Karin blijft in het hotel rusten, en worden de nodige koolhydraten gestapeld. Dan op tijd naar bed.

Het ontbijt bestaat uit een broodje met ham, een chocoladebroodje, een glaasje sinaasappelsap en we worden verwend met een zacht gekookt eitje. Koffer pakken, uitchecken en naar het startgebied. We hebben mazzel, we kunnen vlakbij parkeren. De rest is er ook al en iedereen heeft er zin in. We maken nog even een groepsfoto bij de finish, dan is die maar vast in de pocket, en al snel mogen we van start. 

De eerste kilometer gaat nog lekker maar daarna is het gelijk aan de bak met steil omhoog. Oh ja, ik weet alweer waarom ik meer van het vlakke asfalt ben. Mijn kuiten schieten direct in protest en mogen 3 km lang afzien. Ja, ja, ik weet het, trailen is anders en de omgeving is prachtig en het gaat niet om snelheid. Ik kijk bewust niet op mijn klokje want een gemiddelde snelheid van 6 km per uur doet hoe dan ook gewoon zeer. Je kan een renpaard nu eenmaal geen dressuurproef laten doen. Bovendien heb ik een ander probleem. Met teveel en te slecht eten de laatste tijd en de krachtinspanning omhoog vraag ik veel van mijn buik- en lage rugspieren. Die laatste schieten een beetje in de kramp wat weer kramp in mijn darmen tot gevolg heeft. Ik hoef nog net de bosjes niet in maar prettig is anders.

Zo rond km 4 gaan we echter naar beneden en mag ik me heerlijk uitleven. Niet alleen lekker snel en makkelijk vanwege de afdaling maar gewoon het feit dat ik een kilometer lang achter elkaar door kan rennen. Het wordt mijn snelste kilometer dit parcours. Door het strekken van mijn rug trekt ook mijn kramp weg en kan ik weer normaal functioneren. Tot het volgende euvel. Een wijs man zei ooit eens, ‘als je denkt dat iets te klein is om impact te hebben, probeer dan maar eens te slapen met een mug in je kamer.’ Mijn mug steekt net een halve centimeter uit de grond als ik met de punt van mijn schoen achter het puntje van een tak of wortel blijf hangen. ‘Tja ik dacht, ik ga er even bij liggen.’ Gelukkig beperkt de schade zich tot een schaafwond op mijn elleboog, een vieze broek en een deuk in mijn ego.

Na het stof afgeklopt te hebben gaan we op weg naar de eerste verzorgingspost. Oftewel luilekkerland. Chocoladecake, winegums, krakelingen, stukken Twix, zoutjes, pannenkoeken, sinaasappel en stukken watermeloen. Ik prop mijn mond vol en spoel weg met water. We mogen weer door omhoog waar we eenmaal boven getrakteerd worden op opnieuw een prachtig uitzicht. En daar moet natuurlijk ook een foto van gemaakt worden. Want trailen is ook genieten van de omgeving. We werken ons omhoog en omlaag en omhoog en omlaag en omhoog en omlaag naar de 13 km waar we de Ourthe tegenkomen. Het ultieme trailgevoel, lekker door de rivier naar de overkant waden. Het water is lekker koel en komt tot halverwege mijn bovenbenen. Ook dit is weer een Kodakmomentje. De pret is van korte duur als we gelijk daarna weer een steile helling krijgen.  

Het deelnemersveld is inmiddels behoorlijk uitgewaaierd maar toch komen we regelmatig dezelfde mensen tegen als zij ons inhalen en een kilometer later wij hen weer voorbij gaan. De paden variëren van heel breed tot supersmal, van vals plat tot recht omhoog klimmen en van harde stenen tot zachte aarde. Op bepaalde momenten denk ik vol verwachting aan het ultravlakke Berlijn over vier weken maar ik moet eerlijk toegeven dat het hier een mooie omgeving is. Bovendien ben ik minder met het lopen bezig dan ik zou denken dus de kilometers gaan best ongemerkt.

De tweede verzorgingspost staat op 17 km waar ik het lekkerste stukje watermeloen ooit eet. De dame achter de stand beurt ons op met de woorden dat ‘het nog heel even pijn lijden is en daarna 4 km lang naar beneden tot aan de finish’. Fijn. Naar beneden klinkt goed. Het pijn lijden is een kilometer zwaar steil omhoog maar gek genoeg valt het me op dit punt eigenlijk wel mee. Misschien omdat ik me er mentaal al op ingesteld heb en mijn beenspieren het protesteren maar gewoon opgegeven hebben. 

En dan is daar ineens de top van de klim. Voor ons ligt een fijn semi verhard zandpad dat inderdaad in meer of mindere mate naar beneden wegloopt. De laatste 4 km. Het laten vallen kan beginnen en er wordt eindelijk wat vaart gemaakt. 3 heerlijke kilometers lang. De laatste kilometer moeten we weer uitkijken voor een steile afdaling, losse aarde en een laatste keer door het water, enkeldiep dit keer. Dan de laatste meters tot aan de finish waar we in een nette 3:19:36 doorkomen. Nou ja, ik dan. Frank klokt 3:19:37. Story of his life. Sorry schat, maar je bent het nou toch wel gewend?

De rest van de groep is er al en na een paar meer dan verdiende drankjes vangen we de reis naar huis weer aan. Drie uur lang. Iets minder dan dat we vandaag gelopen hebben. Maar genoeg tijd om de hamvraag te beantwoorden.  De vraag die altijd omhoog komt als ik een lange afstand gelopen heb. Trail of asfalt. De meest belangrijke vraag op zo’n dag als deze als ik me weer eens helemaal uit de naad gelopen heb. En het antwoord kan elke keer anders zijn.

‘Schat, wat eten we vanavond?’

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.