Voorne’s Duintrail

Stel je bent moe van een lange werkweek. Lange dagen,  vroeg opstaan, laat naar bed en retedruk. Bovendien heb je vorig weekend ook een heel druk weekend gehad omdat je moest klussen. Weinig tijd gehad dus om rustig aan te doen. Er ligt nog steeds achterstallig huiswerk, je administratie hoopt zich op, drie ongelezen tijdschriften met inmiddels oud nieuws, een boek dat al weken smekend ligt te wachten tot je het een keer leest en een doos met snoesterijen die terug in de kast geplaatst moeten worden. Op zaterdag ga je paardrijden, daarna boodschappen doen, je hebt een housewarming slash verjaardag en daarna krijg je vrienden te eten. En het wordt het hele weekend zeikweer.  Op zondag staat alleen die 15 km gepland. Dus wat doe je?

Juist ja, je gaat een 15 km trail in Oostvoorne lopen zodat je weer lekker de hele dag op pad bent. De Voorne’s Duintrail om exact te zijn. 15 km ‘met veel water en mul zand’. Want daar houden we zo van. En de beloning bij de finish? Een broodje Unox. Geen medaille, geen vlaai, geen Tony Chocolonely, nee gewoon een ordinair broodje Unox. Doen we het voor.

We mogen een uurtje uitslapen. 8:00 de wekker dus. Om 9:00 staan Herman en Richard voor de deur voor Frank zijn pannenkoeken. De kledingkeuze is weer dramatisch. Het is best warm, maar regenachtig en met een koude wind. Half lang dan maar met een dun thermotje. Op hoop van zegen. Ook voor die plotseling opkomende steek in mijn voet. Volslagen willekeurig maar wel vervelend. Netjes volgens schema rijden we richting Oostvoorne, naar het Oostvoornse meer om exact te zijn. Het feit dat we daar naar toe rijden om te gaan hardlopen in plaats van te gaan duiken is voor mij een teken. Het teken dat hardlopen definitief het duiken van zijn plek gestoten heeft als nummer 2 hobby (paardrijden blijft altijd 1!)

Als we daar aankomen schrikken we van de hoeveelheid auto’s. Doen er echt zoveel mensen mee? Blijkbaar een populairdere trail dan we dachten. We moeten dan ook een aardig stukje lopen vanaf de auto naar de start. Een stukje waarbij die uitermate vervelende steek in mijn voet dusdanig op komt zetten dat ik zelfs moeite heb met wandelen. Gelukkig kan ik redelijk gokken waar hij vandaan komt. Een unfortunate bijeffect van een verkramping in mijn hamstring gisteren tijdens het paardrijden. Gevaarlijke sport dat paardrijden. Het goede nieuws is, als ik ren heb ik er bijna geen last van en masseren helpt ook. Een beetje…

Als we aankomen is de 44 km al weg en de 29 km staat op het punt om te vertrekken. Gelukkig doen wij de 15 km. We komen Marco en Ketura van de RMD tegen en met elkaar gaan we in het startvak staan. Er zijn drie waves, wij staan in de tweede en moeten dus nog even wachten. Het is koud maar gelukkig wel droog. En zodra het parcours vrij genoeg is mogen we weg.

We starten over de steiger. De steiger waar we normaal gesproken vanaf duiken. Daar waar de mensen voor ons waarschuwen voor een ‘paal’, roepen wij dan ook braaf ‘duiktrap’! Een inside joke. Daarna gaan we single track het BMT parcours op om over te gaan over het gras van de dijk en het bos in te duiken. Frank gaat er met Richard als een speer vandoor maar ik kan het niet opbrengen om mee te gaan. Te moe, te weinig zin. Ik betaal nu de prijs voor een week lang vroeg-naar-bed-gaan-en-dan-toch-te-lang-in-bed-blijven-facebooken. Iets met billen en blaren. Gelukkig is Frank niet zoals ik en bij de ingang van het bos wacht hij wél op mij. Ik heb ook gelijk gekregen. Ik voel wel mijn linkerbeen maar mijn voet doet geen zeer meer.

Het bos loopt wel lekker weg. Ik heb het niet koud meer, het is nog steeds droog en we lopen beschut en uit de wind. We halen respectievelijk mensen in en worden ingehaald en de eerste 5 km zijn al snel voorbij. Boven aan een heuvel sluit ook Herman, die zijn eerste officiële trail loopt, weer aan. Richard is ver vooruit, die zien we bij de finish wel weer.

Na een behoorlijk stuk bos komen we in het natuurgebied waar de wilde runderen lopen. Nou ja, zouden moeten lopen want ze zijn in geen velden of wegen te bekennen. Het beloofde zeikweer blijft op een paar miezerdruppeltjes na nog steeds uit. Karma noemen we dat. Richting de helft en de drankpost krijgen we een stukje duin, met, jawel!, mul zand, een schelpenpad, een stukje fietspad en een stukje verhard wegdek. Omdat we ons eigen drinken bij ons hebben blijven we niet te lang hangen bij de verzorgingspost. Als wij weer beginnen te rennen meen ik ook Herman aan te zien komen. 

De tweede helft lopen we richting het strand. Want ergens moest toch dat mulle zand komen en dan niet die tien meter van die ene duinpan. Van de zomer liepen we hier ook. Twintig graden warmer, zompiger zand, minder mensen. Het mulle zand gaat over in hard zand met plassen water. Ah, die hadden we ook nog niet gehad, dat water. Tenslotte hadden ze ons ook natte voeten beloofd. Het is een prachtig plaatje en net als ik besluit dat ik wil stoppen om een foto te maken zien we Marco voor ons die exact hetzelfde aan het doen is. Mooi, kan hij van ons een plaatje schieten terwijl wij doorrennen. Jammer genoeg loopt hij net weer weg als we er bijna zijn en moet Frank hem even streng toespreken zodat hij alsnog blijft staan. Maar wij hebben onze foto!

Na het strand volgt nat gras en duiken we het struikgewas in. Nee, gewoon om te rennen omdat de route ons daar heen stuurt, you little devils! Het is nog 2,5 km als we een bekend gezicht zien. Margery stuurt ons de goede kant op als vrijwilligster. Dat vraagt om een selfie! Na hard, onverhard, fietspad, bos, zand, mul zand, bladeren, droog gras, nat gras, schelpen, kiezels en aarde hebben we alle soorten ondergrond inmiddels wel gehad. Oh nee, we misten er nog een. Modder. We worden op onze wenken bediend om het lijstje vol te maken. En een trail is geen echte trail als je niet minstens een keer onderuit gaat dus als ik in plaats van over een boom heen te springen er in volle vaart door middel van een bochtje langs ga voel ik mijn voet wegglijden en ga ik mooi door het slijk. Letterlijk. Gelukkig beperkt de schade zich tot mijn handen en mijn linkerknie. Frank maakt er een kilometer lang grapjes over totdat ik hem er fijntjes aan herinner wie er in Nijmegen ook alweer de grond kuste na een over het hoofd geziene boomwortel. 

De laatste 500 meter is over het harde strand en zowaar komt de zon tevoorschijn. Ja, nu wel hé? Met de wind in de rug spurten we naar de finish om in een nette 1:36 en een beetje te eindigen. We wachten nog even op Herman die niet eens zo gek ver achter ons zit en gaan op zoek naar onze tas en de rest. We kleden ons om, zeg nog even gedag tegen Myra en haar man, kom Kirsten van mijn hardloopopleiding tegen en eten daarna lunch bij de Stormvogel ernaast waar het een stuk minder druk is. Tegen het eind van de middag gaan we allemaal tevreden naar huis.  Frank, Richard en Herman hebben lekker gelopen, en ik?

Ik heb een heerlijk broodje Unox gehad!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.