Bruggenloop 2018 gaat door

Hel en verdoemenis. De grootste sneeuwstorm die Nederland ooit gekend heeft. Alle hulpdiensten in volledige staat van paraatheid en ingezet om te helpen bij de diverse ongelukken die in de verre omstreken van Rotterdam hebben plaatsgevonden. Ijzige kou, spekgladde straten, totaal onverantwoord om de straat op te gaan. Zondag 10 december 2017, de dag dat de 30ste editie van de Bruggenloop afgelast werd. Dit jaar hebben we alleen maar een beetje wind en regen. Today we beat the bridges. For sure!

De RMD groep heeft een eigen ruimte geregeld, een ‘Green Room’, waar de deelnemers die er voor ingeschreven hebben zich om kunnen kleden en na afloop kunnen opwarmen en iets eten en drinken. En omdat ik ooit de oliebollentraditie bij de Bruggenloop ingevoerd heb haalt Frank namens CBO Security om 12:00 125 oliebollen voor de groep. Een daarvan heeft in elk geval mijn naam op staan. Ik moet alleen nog even 15 km rennen. Met het eeuwige dilemma. Wat trek ik aan?

Omdat we pas om 15:00 starten en we om 13:00 weg gaan hebben we een hele luie zondagochtend. Een mooi moment om de plannen voor de kerst vast te leggen. Na drie belletjes met diverse leden van de familie, een pannenkoekenontbijt en een uiteindelijk samengesteld lijstje met het menu voor zowel kerstavond, als eerste en tweede kerstdag geef ik mezelf een virtuele schop onder mijn hol om mijn hardloopspullen bij elkaar te zoeken. Buiten is het nat en koud. Binnen is het droog en warm. Maar ja, ik heb natuurlijk een onweerstaanbare trek in een oliebol, en zonder Bruggenloop geen oliebol. Zo gedisciplineerd ben ik dan ook wel weer.

Na vijf keer mijn setje te hebben gewisseld wordt het een driekwartbroek omdattiezoleukstaat, een thermoshirt omdatiktochwelbangbendatikhetkoudkrijg, het groene RMD shirt omdathetdelaatstevanhetjaaris en mijn buff omdattiezolekkermultifunctioneelis. Een volledige set droge dikke warme kleding gaat mee in de tas voor erna. Bij De Kuip staan ze ons op te wachten en kunnen we zo het parkeerterrein op. We worden hartelijk ontvangen en niet alleen vanwege de dozen met oliebollen. De geur van de versgebakken bollen doet me het water me in de mond lopen maar ik moet nog even wachten. 

Het weerzien is hartelijk en supergezellig en ik zie zoveel bekenden dat ik er nauwelijks aan toe kom om met iedereen een praatje te maken. Het weer buiten wordt angstvallig in de gaten gehouden maar het lijkt er op alsof er slechts af en toe een wolk overdrijft waar wat water uit valt. Dan is het tijd voor de groepsfoto en uitgerekend op dat moment komt er weer zo’n heerlijke wolk voorbij. Het wordt een koude natte foto. 

Gelukkig heeft Frank me overgehaald om een extra poncho in de tas te gooien die zeer van pas komt als we naar de start lopen. Tegen de tijd dat we daar zijn is het alweer droog en dat blijft het ook. Bij het betreden van het startterrein raak ik Frank kwijt. Hij is in geen velden of wegen te bekennen dus doe ik maar mijn eigen ding. Dat is lampje oppikken, plassen en samen met Deborah en Selda het startvak in. Daar kom ik Angelique en Rob ook nog tegen. Genoeg voer voor een startvakselfie alleen zonder Frank. Het enige dat ik echter écht mis ga lopen is mijn succeskus van Frank. Deborah valt in. The next best thing. 

Ineens begint iedereen te wandelen. Ik schrik want ik heb noch mijn horloge noch mijn muziek aan staan maar gelukkig staan we voldoende achterin om dat nog te fixen voordat ik de startmat over ga. Ik vraag me af waar Frank staat. Ik vermoed voor mij want hij wil een PR lopen en in elk geval onder de 1:20, dus waarschijnlijk is hij een beetje vooraan gaan staan. Misschien haal ik hem nog in. 

Ik doe overigens wat ik altijd doe. ‘Ik zie wel’, wat betekent dat ik besluit niet te gaan racen omdat ik daar te lui voor ben, vervolgens als een idioot van start ga, ergens halverwege me afvraag wat ik aan het doen ben omdat ik geen zin meer heb en moe ben, me dan bedenk dat ik inmiddels zo ver gekomen ben en vanzelf wel zie wanneer ik dood neerval en tegen de tijd dat dat gebeurt ik nog maar een paar kilometer hoef en dan ook maar besluit om tempo te houden om toch een mooie tijd neer te zetten.

En zo gaat het ook. Het parcours is de eerste 5 kilometer helemaal anders dan we gewend zijn en alhoewel er ook wel wat smalle stukjes tussen zitten en ik af en toe moet inhouden of zigzaggen heb ik er minder last van dan andere edities. Ik haal een aantal bekenden in, misschien dat die mij later wel weer tegen komen, en probeer tempo te maken en ritme te vinden. De eerste uitdaging is de Willemsbrug. Een uitdaging die ik als mijn broekzak ken aangezien ik deze bijna elke week wel een keer loop. Dat is dan wel weer handig. Ik neem deze horde dan ook zonder al te veel moeite. De grootste uitdaging is dan ook dat het wederom een smal stuk is. 

Vanaf de Willemsbrug lopen we richting de waterpost en ons huis. Misschien nog wel het lastigste punt op de Bruggenloop. ‘Thuis’ zijn en dan nog 10 km moeten lopen. De waterpost gebruik ik om mijn mond te spoelen en wat water in mijn gezicht te gooien, want natuurlijk heb ik het te warm met mijn dikke thermoshirt. Ook het stuk op de Maasboulevard loop ik een beetje ‘off road’. Iedereen loopt over het fietspad, ik pak gewoon de stoep. Tenslotte is dit mijn achtertuin en ken ik iedere boomwortel en losse tegel hier en de stoep is veel rustiger dan het fietspad. Binnen no time tikken we de 6 km aan en gaan we het viaduct op richting de Van Gentkazerne en de Van Brienenoord. Als een bekende in het voorbij gaan vraagt hoe het gaat kan ik alleen maar naar waarheid antwoorden: ‘Ik ga te snel, maar dat geeft niet, ik zie wel waar het schip strand…’ 

Op dit punt heb ik echter al geen zin meer. Desondanks mis ik de 7 km compleet en is het eerstvolgende punt de 8 km waterpost. Nu neem ik wel de tijd om even te wandelen en op adem te komen en probeer wat te drinken om het grotendeels gapende gat dat ergens ter hoogte van mijn maag zit te vullen. Ik heb toch verdorie vanochtend twee grote pannenkoeken en daarnet een havermout koek gegeten? Of is mijn maag zich vast aan het voorbereiden op de oliebollen? Oliebollen die er nu best wel in zouden gaan. Maar ik moet nog een klein uurtje uitzingen vrees ik. 

Bij de brugopgang van de Van Brienenoord probeer ik naar boven te kijken of ik Frank toevallig zie. Ik zie weliswaar wel groene shirtjes, maar geen bekend silhouet. Misschien dat hij dan toch achter me loopt? Maar ook als ik even later daadwerkelijk de brug op ga en nu naar beneden kijk zie ik hem niet. Dan maar gewoon verder. Ook deze brug ken ik inmiddels redelijk goed. Desondanks ben ik verbaasd van mezelf dat ik een tempo van boven de 11 km per uur vast kan houden. Gewoon, brug op. Zou dat de roep van de oliebollen zijn? Sneller dan verwacht ben ik dan ook boven en als een van mijn favoriete Metallica nummers in mijn oor klinkt terwijl ik weer naar beneden mag ga ik helemaal los. Dit is het leukste moment van de Bruggenloop, als ik sneller dan het licht van de brug af mag sjezen. ‘Everybody move, Sas is coming down!’

Eenmaal beneden doe ik weer wat rustiger aan en tik de 11 km aan. Nog maar 4 en dan is het weer gebeurd. Ik besluit dat ik toch ook maar onder de 1:20 wil lopen. Ik ben er van overtuigd dat Frank het ook kan dus ik kan dan niet achterblijven. Slecht voor mijn reputatie als Snelle Jelle. Of Snelle Sassie in dit geval. Het rekenen begint bij 13 km. Ik heb nog 18 minuten dus moet ik gemiddeld 10 km per uur blijven lopen nu. Dat moet lukken.

Dan in een flits zie ik Evert Buitendijk staan en hij mij ook. In diezelfde flits maak ik me even los uit mijn ‘zone’ en geef hem mijn breedste glimlach terwijl ik mijn duimen opsteek. En hij legt dat ene moment vast in een prachtige foto zo blijkt later. Waarschijnlijk de leukste foto die in 6 keer Bruggenloop ooit van mij gemaakt is. Daarna kan ik gaan aftellen en de juiste nummers helpen mij tempo te houden, ook nu ik moe ben en mijn benen en rug begin te voelen. Hij is er nog, de Terminatorknop. Tegen de tijd dat ik bij de finish ben merk ik pas dat het donker aan het worden is. Ik moet nog een kleine 100 meter als ik mijn huidige PR tijd passeer. Die ga ik dus niet halen maar ik zal er niet ver naast zitten. Eenmaal over de finish scheelt het met 1:16:11 slechts 28 seconden. Vooruit dan maar, onder de huidige omstandigheden, lees na een dikke zomer, ben ik meer dan tevreden.

Dan zie ik Frank ineens staan. ‘Heb je het gehaald?’ is mijn eerste vraag. Grappig, bij het duiken vragen we altijd: ‘Wat heb je gezien?’, bij het paardrijden: ‘Op wie heb je gereden?’, en bij het lopen: ‘Wat was je tijd?’. Ach ja, elke sport heeft zo zijn eigen prioriteiten. Frank steekt 4 vingers op terwijl hij ja knikt. Ik moet even doorvragen voor ik begrijp dat hij bijna 4 minuten sneller dan 1:20 gelopen heeft. 1:16:43. Wauw! Dat hij onder de 1:20 kan lopen had ik wel verwacht maar dit is écht snel. Ik zie het al. No more excuses als we samen lopen. Daar gaat hij nog spijt van krijgen.

Als we terug naar de Green Room lopen raak ik hem alweer kwijt. Dit keer ligt het aan mij. Ik zie allemaal bekenden die ik gedag zeg en hij is doorgelopen. Vlak voor de ingang kom ik hem weer tegen. We krijgen een warm onthaal door de vrijwilligers uit de groep. Ik denk maar een ding als ik de zaal in loop. ‘OLIEBOLLEN!’ Ik pik er vast een voor de foto voordat ik me omkleed. Daarna is er in mijn maag ook nog ruimte voor een broodje Unox, een broodje kroket en vooruit, nog een oliebol. We kletsen nog gezellig na totdat iedereen binnen is en gaan uiteindelijk ook naar huis voor een warm bad en een zachte bank. Het was weer gezellig en ik heb alweer zin in het volgende loopje. Maar eerst douchen en instorten.

Bruggenloop 2018? Appeltje-oliebolletje!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.