Brabantse Kluis

Ieder jaar neem ik het me weer voor. En ieder jaar faal ik weer jammerlijk. Ik kan gewoon niet van de kerstkransjes afblijven. Of van de hazenrug, de kerststol, de kaasjes, de borrelnootjes, de hapjes, de stoofpeertjes, de oliebollen en de appelbeignets en nee, zelfs niet van de dessertwijn of de port. En dat wil wat zeggen want dit is zo’n beetje het enige moment in het jaar dat deze dame aan de alcohol zit. Kerst doet iets met me. Ik bedoel, er moet toch ook een goede reden zijn om twee weken om die onhandige boom in huis heen te moeten lopen?

Maar goed, gelukkig lopen wij hard. Inmiddels weet mijn verstand dat het een druppel op een gloeiende plaat is, maar psychologisch gezien sust het mijn geweten. Een beetje. Dat ik daarvoor mijn principes opzij moet zetten en er zelfs 20 km voor ga trailen is de prijs die ik bereid ben er voor te betalen. Ieder voordeel heb zijn nadeel. Ik grijp alles aan om te compenseren, de roep van de kransjes is nou eenmaal te sterk. Of ik heb gewoon geen ruggengraat als het om eten gaat, dat kan natuurlijk ook.

Trailen doen we bij voorkeur ver weg in het land. De kans dat ik dan bekenden tegenkom is dan niet zo groot. Tenzij je die op sleeptouw meeneemt natuurlijk. We moeten er een eindje voor rijden maar omdat de start pas om 12:00 is mag ik toch een soort van uitslapen. Nou ja, mijn wekker op normale stand voor de zaterdag zetten dat is. 8:00 is dan redelijk. Het is berekoud dus wat trekken we aan? Ondertussen geef ik Frank een virtuele schop onder zijn hol door psychologische druk uit te oefenen en de tafel te dekken voor pannenkoeken terwijl ik mijn thermoshirt en mijn Anita pythontight uit het bad vis, lang tegen het struikgewas en de lichte compressie houdt me warm. By the way, uit het bad? Yup, de verzamelplaats voor al onze hardloopkleding. Logisch toch? Oh, en vooral mijn handschoenen niet vergeten.

We pikken Menno op en rijden richting het zuiden van het land. In de lucht hangt een prachtig zonnetje. Soms zijn de goden goedgezind. De Brabantse Kluis is een oud klooster/annex boerderij/annex herberg. Er zijn al veel lopers aanwezig maar het voordeel van trails is dat het alles behalve massaal is. En nog veel belangrijker, er doen relatief weinig vrouwen mee, ergo de rij voor de WC staat voor de mannen en niet voor de dames. Ondertussen heeft Frank de startnummers opgepikt en ondanks dat we maar een half uur voor de start aanwezig zijn, hebben we nog een kwartier over als we helemaal klaar staan.

We krijgen een briefing van Cor, de organisator, die ons waarschuwt voor ongeveer 3 km modder en gladde bruggetjes. Voor de rest is het gewoon een kwestie van lopen en genieten. We wandelen naar de start, het lint valt en we kunnen weg. In mijn klokje staat de GPX van de route geactiveerd. Frank gaat lekker van start en Menno vliegt er achter aan. Ik sta nog in shuffle modus en moet aanpoten om bij te blijven. De modder valt mee dus daar geen respijt qua tempo maar het bruggetje is inderdaad glad dus alle tijd om alsnog bij te komen. 

Daarna een groot stuk door een weiland en dan als een soort ontdekkingsreizigers in het amazone oerwoud door een kris kras pad gemaakt door de gewassen van een veld. Ik moet gelijk denken aan de Amerikaanse films waar de acteurs door de maisvelden rennen, al dan niet omdat iemand ze achterna zit of om aliens te ontwijken. Frank toornt er boven uit en loopt lachend er doorheen, ik zie niks en moet mijn armen optillen om een beetje normaal te kunnen lopen. Ik krijg het predikaat ‘chimpansee door het struikgewas’ naar mijn hoofd. Fijn. Ik ook van jou schat.

De route is afwisselend bos en weiland. Na een kilometer of 7 beginnen mijn voeten eindelijk te ontdooien en kom ik in mijn ritme. Ik kijk uit naar wilde koeien maar ik zie slechts de half opgedroogde bewijslast dat ze er zijn op de grond liggen. We werken rustig aan naar de 12 km, waar ongeveer de verzorgingspost moet staan. We hebben een mooi richtpunt, de zendmast, daar moeten we heen. We rennen nog even langs een klein meertje en oh, kijk daar, een fotograaf. Ik lach te laat. De lopers die het lusje al gemaakt hebben komen ons tegemoet en dan zijn we er. Ik val aan op de Tucjes, de chips, graai een handje Jellybeans, neem wat stukjes sinaasappel en terwijl Frank en Menno ongeduldig staan te wachten tot ik eindelijk uitgegeten en gedronken ben pak ik nog wat chipjes en vooruit, nog een Tucje dan, om het af te leren. De M&M’s pak ik op de terugweg wel.

Verkwikt ben ik nu ook klaar om weer verder te rennen en dat doe ik dan ook. Ik zit er nu helemaal lekker in en binnen no time hebben we het lusje gehad. De teller staat dan op iets meer dan 14 km. Ik los mijn belofte in van het handje M&M’s terwijl Frank en Menno doorwandelen. Ik ga ze gauw achterna en neem en passant dan ook maar de lead. Hij gaat lekker. Dan komen we alsnog langs een paar koeien en volgt er natuurlijk een snelle fotostop. Menno loopt rustig door.

Als we Menno weer ingehaald hebben lopen we langs de oever van een beekje. Wat ik in de volksmond een Kwalitatief Uitermate Teleurstellend stuk noem. Het is lang, ietwat saai en loopt niet lekker. Des te meer reden om er zo snel mogelijk voorbij te zijn dus ik zet tot verbazing van Frank en licht gevloek van Menno de sokken er in. Kom op jongens, beetje doorlopen! Ja, dat is typisch ik. Liep ik 10 km geleden nog te miepen dat het me allemaal te snel ging en vond dat Frank moest inhouden zodat ik ook een beetje kon genieten in plaats van achter hem aan te jakkeren, staat mijn motor nu aan en ben ik lekker warm gedraaid. Zucht, het zware leven van een diesel. Komt langzaam op gang maar als het eenmaal zo ver is niet te stoppen. Een soort van permanent asynchroon met de rest van de wereld.

De laatste kilometers vliegen voorbij. Ik ben even bang dat het parcours weer korter is dan 20 km als we op 19 km alweer bij het klooster zijn maar er is nog een lus aan gemaakt. Bij 19,8 km krijg ik de bekende high five van Cor en als ik nog een klein rondje ren om 20 km vol te maken krijg ik er nog een als ik voor de tweede keer de finish passeer. Bier voor Frank en Menno, mijn beloning is nog een handje Jellybeans en een blikje chocomelk uit de kofferbak van de auto. We hebben nog meer op het programma vandaag dus we blijven niet lang hangen. Bovendien zien we ze volgende week toch weer.

Oeps, heb ik nu iets verklapt?

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.