Vreemde paden dwingen

‘Alles goed gegaan met Frank?’ ‘Ja hoor geen probleem.’ ‘Ook niet met het eten?’ ‘Nee, hij heeft zijn hele bord bloemkool opgegeten.’ ‘Echt waar? Thuis weigert hij dat op te eten.’ 

Ze zeggen wel eens dat vreemde ogen dwingen. Bij anderen gedraag je je wel, hou je je in of doe je niet moeilijk. Ik heb dat met hardlopen. Thuis moet ik soms mezelf echt met tien paarden over de drempel trekken om naar buiten te gaan voor mijn rondje. Zeker doordeweeks, na een lange dag en met motregen. Het kind in mij doet dan zijn armen over elkaar en schreeuwt stampvoetend ‘Ik wil niet!’ Na een half uur treuzelen, aarzelen en tijd rekken ga ik dan meestal uiteindelijk toch wel, na afloop altijd wel blij dat ik gegaan ben overigens.

Dat verandert stante pede als ik ‘in de vreemde’ ben, bij voorkeur het buitenland. Ik kan niet wachten tot ik mijn spullen aan mag trekken om er op uit te gaan en de omgeving te verkennen. De voorpret begint vaak al voordat we er zijn. Op Google Maps of Afstandmeten.nl zoek ik verschillende routes waar ik zou kunnen lopen, waar eventueel leuke sightseeing points staan en hoeveel kilometers ik kan doen. De meeste mensen nemen genoegen met ‘Been there!’, bij mij moet het minimaal ‘Ran there!’ zijn.

Niet zo raar dus dat ik voor onze minivakantie naar Spanje voor de verjaardag van mijn moeder meer aandacht heb voor mijn loopspullen dan mijn gewone spullen. En ondanks dat ik sinds ik hardloop al vaker geweest ben, heb ik enorm veel zin om te gaan om te kunnen lopen. Andere keren heb ik voornamelijk de routes uit mijn jeugd verkend. Van ons huis op het platteland tussen de sinaasappelplantages naar het centrum van Denia, het stadje waar het adres officieel gevestigd is. Als kind moest ik die ellenlange 8 km iedere dag naar school fietsen. Gelukkig kreeg ik op de middelbare school een brommertje en later haalde ik natuurlijk mijn rijbewijs. De oude granaatappelboom waar ik regelmatig lekker van snoepte staat er na al die jaren nog steeds.

Maar er zijn meer routes die naar Denia leiden. De kustweg langs alle bars, restaurants en discotheken waar ik op de brommer, met de bus, in de auto, liftend of zelfs een keer lopend talloze keren van de ene disco naar de andere gegaan ben, leent zich prima om op je hardloopschoenen af te leggen, al dan niet met een stuk over het strand. Het rondje naar het bos en langs het kasteeltje waar we altijd met de hond gingen wandelen, voor een kort stukje of om een ander rondje aan vast te plakken als ik wat meer kilometers wil maken. Of de oude treinbaan die in mijn tijd gewoon een vervallen overwoekerde zandweg was maar die ze nu helemaal opgeknapt hebben voor fietsers en hardlopers. Je kan nu zelfs doorlopen de andere kant op om uit te komen bij een stalmanege waarvan ik me afvraag of die, had ik destijds moeten weten, er altijd al geweest is. En zelfs de weg naar Ondara, het dorp waar mijn zus nu woont, heeft geen geheimen meer voor me.

Dit keer gaan we echter een nieuw avontuur tegemoet. Niet alleen is mijn moeder van het platteland naar een appartement in de stad verhuisd, waardoor zich weer een heel scala aan nieuwe hardlooproutes ontvouwt, maar tegenwoordig zijn we helemaal ‘into trailrunning.’ En laat Denia nu aan de voet van een berg liggen, de Montgó. Ooit toen ik een jaar of vijftien was ben ik met een groep vrienden de berg opgeklommen. Langs een klim- en wandelpad waren we binnen een uur of twee eindelijk aangekomen bij een van de hoogste punten met een groot metalen kruis. La Creueta noemden we het in de volksmond. Ik voelde me toen onwijs stoer dat ik die berg op gegaan was. Na wat foto’s en een broodje dat we meegenomen hadden wandelden we rustig aan weer naar beneden. Om er halverwege achter te komen dat we ergens een afslag hadden gemist waardoor we aan de verkeerde kant van de berg uitkwamen. Zes uur later, na gelukkig een lift te kunnen hebben scoren terug naar Denia, zat ik weer op mijn brommertje naar huis biddend dat mijn ouders niet al te boos zouden zijn dat ik de hele dag weg was geweest en zo laat thuis kwam. Ik voelde me toen niet zo stoer meer. Eenmaal thuis had ik al gauw weer het hoogste woord toen mijn moeder doodleuk riep: ‘Oh, ben je er al?’ 

Diezelfde berg gaan we nu ook beklimmen, zij het met een iets andere route omdat we anders niet echt kunnen hardlopen. De route is een schokkende nietzoschokkende 10 km, wederom een teken hoe verhoudingen in de loop der jaren kunnen veranderen. Na vrijdag al een kort rondje gelopen te hebben en zaterdagochtend het einde van de kustweg opgezocht te hebben staan we zondagochtend lekker vroeg op. Natuurlijk, het is tenslotte vakantie. De route hebben we van tevoren al bepaald en om niet het hele stuk alleen maar te hoeven klimmen pakken we hem vanaf de andere kant met de verwachting dat we ook nog een beetje kunnen dribbelen.

Het startpunt is snel gevonden en er is een zelfs een klein parkeerplaatsje. Er staat netjes een bord en het pad staat goed aangegeven. Waarschijnlijk hadden we de route niet eens in ons horloge hoeven zetten. Bovendien hebben we mazzel. Er hangen geen wolken aan de top maar het is wel bewolkt waardoor het niet zo warm is. Enthousiast beginnen we dan ook te rennen, heuvel op. Eerst een stukje openbare weg en dan het officiële pad in, netjes met stenen geplaveid. Hmmm, niet echt wat je noemt trailrunning.

Maar we hoeven ons geen zorgen te maken want na een paar honderd meter stopt het gefabriceerde pad en gaat het over in het gewone bergpad, inclusief de rotsen en scherpe losse stenen. Bovendien gaat het best steil omhoog dus onze dribbel gaat over in wandelen en klimmen. Iets met verwachting en realiteit want rennen is niet te doen. Toch gaat het best in een rap tempo en daar waar ik zeg twee jaar geleden meestal al gauw stond te hijgen en af en toe even stil moest staan heb ik daar nu geen enkele moeite mee.

We klimmen gestaag door en komen langs een kleine grot waar we natuurlijk even een foto moeten maken. Daarna weer verder omhoog, ons verbazend over het feit dat er op dit tijdstip toch nog best wel veel mensen rondlopen hier. Voornamelijk naar beneden dus die mensen zijn al boven geweest en écht vroeg opgestaan. Blijkbaar is het pad populairder dan we dachten. 

Van rennen komt ook echt helemaal niks terecht. Het pad is te smal, te steil maar vooral de stenen maken dat we voorzichtig onze voeten neer moeten zetten. Het gebeurt dan ook regelmatig dat een schoen blijft steken. Af en toe is het ook goed kijken als het pad dermate begroeid is met kleine palmen of struiken dat je je afvraagt waar het pad gebleven is, maar dan blijkt dat we tóch dwars door de struiken heen moeten. Na anderhalf uur komen we op een punt waar de route zich splitst. Links recht omhoog klimmen naar het kruis of rechts doorlopen op het pad om naar de officiële top door te lopen. Wij gaan eerst naar het kruis.

Dit is écht klimmen en alhoewel ik ergens in de krochten van mijn geheugen wel een vage herinnering heb aan die ene keer dat ik vijftien was kan ik me het eigenlijk niet zo goed herinneren. Ik weet dat ik er geweest ben en heb er nog een foto van, maar dat is het wel zo’n beetje. Als we eindelijk boven zijn ziet het kruis er dan ook anders uit dan mijn herinnering, maar dat mag de pret niet drukken. We genieten even van het uitzicht zo lang het duurt want er komen wolken opzetten. Ik kan nog net een foto van het nieuwe huis van mijn moeder maken. Natuurlijk maken we ook wat foto’s van onszelf bij het kruis en eten wat. Wat is het toch gaaf om op een dak van de wereld te staan, ook al is hij ‘maar’ een kleine 700 meter hoog!

Als we klaar zijn gaan we door naar onze tweede bestemming, de officiële top. Alhoewel er een officieel pad er naartoe is moeten we daarvoor weer naar beneden klimmen. De route van Frank zegt echter dat er een pad moet zijn rechtstreeks over de bergkam. Daar moeten we dan wel een hoop fantasie voor hebben maar het is te doen. Tenslotte zijn we geen watjes alhoewel ik best wat spannende momentjes heb als ik zo van rotsblok naar rotsblok spring met zowel links als rechts van me een behoorlijk stuk naar beneden. 

Op een gegeven moment kunnen we zelfs met de beste wil van de wereld geen pad meer ontdekken en als ik 100 meter vooruit kijk zie ik niets dan een steile rotswand naar beneden. Dit kan niet goed zijn, zeker niet met de opzettende wolken. Hier ga ik dan ook echt niet verder. Ik krijg bijna tegelijkertijd bevestiging van Frank zijn horloge die ‘off route’ aangeeft. We klauteren een stukje terug en dan blijk ik ineens mijn richtingsgevoel verloren. Heilig er van overtuigd dat we terug aan het lopen zijn maar gelukkig heb ik Frank, en zijn horloge, die zegt dat we nu gewoon de goede route lopen. Met ietwat ongeloof kijk ik hem aan maar vertrouw er maar op. Even later zie ik het ook. Hoe je geest je dan parten kan spelen.

Na nog wat imitaties van een berggeit gedaan te hebben haken we toch weer aan op het officiële pad. Niet dat ik zwaar in de stress zat, maar ergens voelt het toch prettiger. Vol enthousiasme klimmen we dan ook weer omhoog om een klein uurtje nadat we het kruis verlaten hebben op de top aan te komen. Ik heb een déjà vu naar de Kilimanjaro. Het is verrassend druk op de top. Een groep Spanjaarden staat uitgebreid foto’s te maken en vlak achter ons komen drie Nederlandse jongens aan. 

Ook nu nemen we even de tijd om zowel van het uitzicht te genieten als foto’s te maken en wat te eten. En ik kan er zowaar Pokemons vangen! Na een minuut of tien beginnen we aan de terugtocht naar beneden, dit keer wel via het officiële pad. Alhoewel het nog best lastig lopen is lijkt het iets sneller te gaan. We halen zelfs mensen in. Dan komen we weer op een splitsing. Tijdens het plotten van de route had Frank de keuze tussen terug over hetzelfde pad of een alternatief pad. Natuurlijk gaan we over het alternatieve pad, we zijn toch niet gek? We moeten twee keer kijken maar dan zien we het lopen, dus daar waar de groep jongens die we net ingehaald hebben doorlopen, wijken wij af naar links.

Het pad is overduidelijk minder in gebruik, getuige de dichtere begroeiing die her en der onze benen schramt. Maar vooruit, we gaan voor het avontuur. We gaan wel aanzienlijk langzamer naar beneden nu en het wordt steeds steiler. Het pad leidt ons de kloof in en het is nu echt naar beneden klauteren met handen en voeten. Onze enige leidraad is Frank zijn horloge en af en toe een dot geel-groene verf die toch iets van een route aangeeft. We doen een half uur over twee kilometer. Als we eindelijk soort van beneden zijn denken we het ergste gehad te hebben, maar komen we op een gedeelte met kleinere losliggende stenen waardoor we menig keer ‘op onze muil’ dreigen te vallen. Het is duidelijk dat hier het regenwater naar beneden stroomt in de winter.

Maar ook daar komt een eind aan, en als we dan opnieuw denken dat we het ergste hebben gehad komen we op een bospad met rood zand, maar zo smal dat we niet alleen nu met onze benen langs de prikkende struiken lopen, maar ook met onze armen. ‘Leuk schat, zo’n alternatieve route!’ Tja, dat hoort er ook bij. Op de PC kan je namelijk niet altijd zien hoe een route er uit ziet. Vond ik twee uur eerder nog dat ik vanavond een ijsje verdiend had, vind ik nu dat ik er minstens twee verdiend heb. Uiteindelijk kunnen we zowaar een klein beetje rennen en als we bij de splitsing komen tussen een laatste lusje volgens Frank zijn route en het plaveide pad van het begin vinden we het welletjes. Nog een paar honderd meter en dan zijn we terug bij de auto.

Trailrunning op de Montgó. De berg waar ik mijn halve jeugd tegen aan gekeken heb. De berg die ik ooit een keer eerder op geweest ben. De berg die ik een aantal keren in brand heb zien staan en die de achtergrond diende voor zon, regen, wolken en vuurwerk. De berg waar ik menig keer wagenziek overheen gereden ben om naar Javea te komen. De berg waar ik zelfs een keer op de vuurtoren gelogeerd heb. De berg die symbool staat voor het uitzicht op het dakterras van wat 35 jaar mijn ouderlijk huis geweest is. Het was veel trail en weinig tot geen running. Maar het was een bijzonder avontuur. En je weet wat ze zeggen.

Vreemde paden dwingen…

P.s. Wil je geen enkele nieuwe blog missen? Volg me dan op mijn Facebookpagina ‘Op weg naar de Marathon’. Ook benieuwd naar mijn wekelijkse trainingen? Volg me dan op Instagram snbogaard_opwegnaardemarathon

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.