Trail des Fantômes: The Covid Edition

Een marathonafstand trailen als je vorige week een Ultratrail gelopen hebt. Je plant het niet. Maar ja, het komt nu eenmaal zo uit dus wat doen Hepie en Hepie? We gaan 42 km lopuh te lopuh ergens in de Ardennen. Je weet wel, waar het meestal ook nog eens lekker hoger is dan in Rotterdam.

Ook nu rijden we op vrijdag al richting het zuiden. Richard op de achterbank en Ysbrand, Marilene en Rob en zijn vrouw zijn er al. Ook de Italiaan is al gereserveerd voor vanavond. We hebben een huisje bij Floreal, waar normaal gesproken de start is maar dit jaar in verband met Corona zit de start er 3,4 km vandaan. We zouden het in theorie kunnen lopen. In theorie, want we zijn natuurlijk niet gek. Het staat niet voor niks op mijn nummerplaat. NL betekent Niet Lopen.

Nadat we de tassen uitgeladen hebben en gecheckt hoe alles werkt wandelen we richting centrum om op een terras neer te strijken. Hetzelfde terras als vorig jaar en we bestellen dezelfde drankjes. Kabouterbier en een cola voor het kind. Het duurt niet lang voordat de rest van de groep zich aansluit en nog geen uur later zitten we allemaal aan de pasta. Nog even een ijsje bij de ijsboer en we zijn helemaal klaar voor morgen.

Zoals verwacht is het een onrustige nacht. De wekker staat op 7:30 en voor de verandering eten we weer eens pannenkoeken die Frank de dag ervoor al gebakken heeft. De laatste controle of we alles bij ons hebben, alles in de vesten zit, we voldoende eten en drinken hebben want de hele trail is nagenoeg selfsupporting, en nog een setje droge kleding voor erna en dan rijden we richting het startgebied in Maboge.

We moeten bij een cafeetje zijn en we zien gelijk de boog staan, samen met de plattegronden. Zo op de kaart is die 42 km best wel een lang stuk. Gelukkig is het niet zo warm als vorige week, eigenlijk is het best fris, relatief gezien dan. De feitelijke start is eigenlijk een stukje verderop, zo’n 10 minuten lopen, en aangezien het al 8:40 is en we exact om 9:00 willen starten om maximaal gebruik te maken van de beschikbare tijd tot 18:00 lopen we die kant op. De rest hebben we nog niet gezien maar zullen er al zijn vermoeden we.

De wandeling naar de startmat is gelijk een warming up zo heuvel op. Gelukkig mogen de verplichte mondkapjes die we in Maboge moeten dragen nu af. Daar eenmaal aangekomen staan er wat mensen maar niemand van ons. Berichtjes via Messenger leren dat ze er aan komen maar het is al 8:59. Vertwijfeld staan we te kijken naar de mat als het 9:00 is. Weten we zeker dat hij aan staat en kunnen we al? Een paar anderen twijfelen al net zo hard, maar om 9:01 gaan we dan toch maar rennen. De rest haalt ons wel in.

We mogen gelijk heuvel naar beneden maar we weten allemaal wat dat betekent. What’s going down, must come up! En inderdaad, de route, netjes aangegeven met zwart gele pijlen, stuurt ons een heuvel op die we gelijk moeten klimmen. De toon is gezet en ondanks dat het niet zo warm is loopt het zweet me nu al in stralen van het hoofd. Dat heb ik niet gauw. Eenmaal boven worden we wel gelijk getrakteerd op het eerste mooie uitzicht van een vergezicht, en dus gelijk het eerste Kodakmomentje.

Terwijl ik de foto’s sta te maken komen Marilene, Ysbrand en Rob bij de top aan. Gezellig, het clubje is weer compleet en we kunnen met elkaar verder. Als we weer beneden zijn komen we bij de Ourthe, waarlangs zich eigenlijk de gehele route kronkelt. Frank doopt gelijk zijn buff in het water en eigenlijk is dat best een goed plan. Als we een beetje verfrist zijn lopen we verder, nu een kleine twee kilometer langs de rivieroever. Een moeilijk paadje met heel veel stenen en boomwortels. Om vervolgens weer een heerlijke bult op te mogen.

De weg naar beneden is mijn achilleshiel. Warmte deert me niet, omhoog is zwaar maar kan ik handelen, maar die steile afdalingen naar beneden zitten nog steeds tussen mijn oren. Sinds de Grossglockner ben ik uitermate voorzichtig. Fysiek is mijn enkel prima, misschien wel sterker dan ervoor nu ik die oefeningen blijf doen, maar ik wil gewoon geen risico nemen. De rest dendert naar beneden terwijl ik voorzichtig en voetje voor voetje mijn weg zoek. En dan ben ik ineens alleen en begin te twijfelen of ik goed zit. Ik roep en ik had het kunnen weten. Frank staat een klein stukje verderop op me te wachten. Hij zou me nooit alleen achter laten.

Samen gaan we verder naar beneden waar de rest ook op ons wacht. We worden verrast met een stuk asfalt en mogen van daar uit het bos weer in, weer naar beneden, langs de rivier en weer omhoog. Opnieuw komen we bij een stuk asfalt wat nu lekker naar beneden loopt. Heerlijk, nu kan ik vaart maken en samen met Marilene sjees ik naar beneden. Het asfalt gaat over in landweg maar zolang het breed is en ik voldoende voor me kan kijken waar ik mijn voeten neer moet zetten vlieg ik over het pad. Dit in tegenstelling tot Richard die juist op dit soort paden voorzichtig is na zijn val bij de Dodemanstrail. 

Beneden wacht ons opnieuw de Ourthe en ook nu duiken we er in. Het voordeel van bij een rivier lopen. Het pad ernaast is ook nu weer vol met stenen en boomwortels maar inmiddels zit ik redelijk in mijn flow en kan lekker doorlopen. We zitten net voorbij de 13 km als het noodlot toeslaat. Richard mist een wortel en gaat lelijk languit. Niet zijn enkel maar een dikke knie is het resultaat, naast een gekneusd ego en een volledige energiedrain. Dik balen. Als de gemoederen weer een beetje bedaard zijn gaan we verder, je moet wel want je kan niks anders, maar ik weet exact hoe het voelt en denk even terug aan vorig jaar. Toen liep ik de 14 km in mijn eentje en had opnieuw mijn enkel verzwikt. Maar ja, je moet door zo goed en zo kwaad als het gaat.

Na een nieuwe klim tussen km 14 en 15 komen we op het punt waar de 42 km en de 27 km gaan splitsen. We maken nog een groepsfoto en nemen afscheid van Marilene, Ysbrand, Rob en ook Richard, die probeert via de 27 km route terug naar de finish te komen. Zij gaan rechts terwijl Frank en ik als het dynamische duo links verder omhoog mogen. Bij het dalen komen we nu ook af en toe wat trappetjes en bruggetjes tegen. Ook zijn er veel wandelaars op de route die vooral veel respect voor ons hebben. En naarmate de route verder gaat en we iedere keer weer een nieuwe bult omhoog moeten vind ik dat zelf eigenlijk ook wel. Dan komen we bij wat het keerpunt is. We gaan een betonnen brug over naar de andere kant van de oever en lopen nu in tegengestelde richting wijzend op de overkant waar we net nog liepen.

We willen op 21 km even wat vast voedsel eten maar dat redden we niet dus zo rond de 19 km zoeken we een leuke boomstam uit om een krentenbol weg te kauwen. Dat gaat er in als zoete koek want we hebben allebei honger. Er is nu een klein groepje lopers die we regelmatig tegen komen. Dan lopen wij ze weer voorbij, dan lopen ze ons weer voorbij. Op de een of andere manier voelt dat toch fijn en geeft een beetje het racegevoel. Toch worden we ook veel ingehaald door mensen die later dan wij gestart zijn en dus veel sneller. Mijn doel vandaag is gewoon uitlopen.

Na de hernieuwde energie worden we gelijk weer getrakteerd op een bult omhoog. We zullen weten dat we 2130 hoogtemeters hebben. Die twee UTMB punten moeten verdiend worden, die krijg je niet zo maar. Bij 21 km zitten we op vier uur. Als we dit volhouden zouden we rond de 8 uur kunnen finishen. Ik weet op dat moment nog niet wat ik nu weet. Vlak voor de 22 km moeten we weer een tak van de rivier over en dus een brug. Daar is commotie. Een man ligt op de grond en blijkt na een aanval van een hond een gebroken voet te hebben. We kunnen weinig doen en de ambulance is onderweg dus lopen we maar door. Maar niet nadat we nog even in de plomp gelegen hebben, of in mijn geval mijn kop in het water gestoken heb. Het levert een hilarische foto op. 

We volgen weer een stuk langs de oever en zitten bijna op 24 km. We denken aan Richard en de rest. Zouden ze al binnen zijn? Hoe gaat het met Richard? We zullen het moeten afwachten als we het bos uit komen waar we heerlijk tempo hebben kunnen maken. Dan leren we dat de makers van de route een stelletje sadisten zijn. Een landweg omhoog met veel bochten. En bij iedere bocht dat je denkt, ‘we zijn er bijna’ loopt de weg nóg verder omhoog. Als we ooit een Highway to hell hebben gehad is het hier. Denk ik. Het is in elk geval een neverending hill en ik krijg flashbacks naar de berg in Zuid Afrika waar ook geen eind aan kwam.

We moeten nog een behoorlijk stuk tot aan de drankpost maar Frank is al leeg. Ik heb nog maar ook niet veel meer. Als we eindelijk, naar wat uren later lijkt, bovenaan bij een weg aankomen staat daar een groep Belgische jongens met een auto. Frank vraagt of ze toevallig wat water hebben en kunnen missen en hij krijgt zomaar een 750 ml fles. Er bestaan toch nog goede mensen op de wereld. Hij was niet de enige die het vroeg en ze hebben diep respect voor wat we aan het doen zijn. 

We krijgen weer een gratis kilometer en ook onderaan langs de oever kunnen we redelijk goed doorlopen. Dat duurt tot 27,5 km voordat we natuurlijk weer omhoog mogen. Bovenaan komen we een familie tegen die we al eerder gezien hebben en we maken even kort een praatje alvorens we na een recht stuk weer naar beneden moeten. Het begint nu echt steil te worden en we moeten zigzaggend als skiërs naar beneden. Inmiddels is mijn water ook op maar vullen uit de rivier is geen optie. Als het goed is staat de drankpost op 33 km dus misschien komen we nog ergens wat tegen, anders moeten we op Frank zijn reserves lopen.

Op 30 km stuur ik de groep een berichtje en even later krijg ik melding dat Richard in elk geval ook binnen is. Gelukkig, daar hoeven we ons geen zorgen meer over te maken. Als we bijna bij de 31 km zijn moeten we weer zigzaggen, maar nu steil omhoog. Bovenaan komen we bij een weg crossing en de drie Nederlandse mannen weer tegen met wie we al een tijdje haasje over spelen. Ze vragen of we weten waar de drankpost is omdat zij denken dat hij bij 31 km is. We roepen 33 km maar als we de hoek om zijn blijkt hij daar toch al te staan. De cola is op maar gelukkig is er nog 1 ton waar water in zit. We vullen allebei helemaal vol want we weten nu hoe hard het gaat.

We volgen weer een landweg, krijgen weer wat gratis kilometers en natuurlijk weer een bult. Er begint nu een beetje licht aan het einde van de tunnel te komen, we zitten inmiddels op 34 km en dus minder dan 10 km te gaan. De vermoeidheid waart als het spook rond maar ik stuur weer een update dat we bijna op 35 km zitten. Dat is te vroeg gejuicht want als we wéér een steile bult op moeten zit ik er even helemaal doorheen. Kutbulten, kuttrailen, kutwarmte, kuthardlopen, kutklimmen, gewoon, kut alles! En omlaag is al niet veel beter. Het is zo steil dat we met het touw naar beneden moeten en over deze ene kilometer doen we ruim 20 minuten. Had ik nog een illusie dat we misschien rond de 8 uur binnen zouden zijn, maak ik daar nu 8:30 van en misschien nog wel meer.

We lopen weer langs de oever en net als ik denk dat we weer wat meters kunnen maken moeten we wéér omhoog. Inmiddels is mijn blik op oneindig en verstand op nul en draait de Terminatormodus op volle toeren. Frank sjokt dapper achter me aan als ik vloekend en tierend maar gedecideerd omhoog blijf lopen en klimmen. ‘Leuk hé schat, dat trailen!’

Inmiddels geeft mijn klokje aan dat we nog een uur de tijd hebben. Volgens datzelfde klokje zitten we op 37 km, de GPS geeft 6 km aan tot einde route maar als we even later op een landweg uitkomen staat daar ineens het meest opbeurende en motiverende bordje ooit. Nog 5 km te gaan. Ik meld ons bij de groep en ren heerlijk omlaag. Zou het nu alleen nog maar naar beneden zijn? 

Het venijn zit hem in de staart, zo makkelijk komen we er niet vanaf. We mogen nog één keer steil omhoog, we hebben er zelfs een touw voor nodig. Dit keer ben ik echter een woman with a mission. Het zal me puntje puntje puntje na 38 km niet gebeuren dat ik niet binnen de cut off time finish! Frank hobbelt braaf nog steeds achter me aan en in onze kielzog hebben we een Nederlander die ook zijn punten wil halen. Mijn klokje begint te piepen dat hij bijna leeg is. ‘Kom op jongen, nog even volhouden, dat doe ik ook.’ Daar waar het kan blijf ik dan ook gewoon rennen, alle pijn en vermoeidheid negerend. Ik heb geen Terminatorknop meer, geen Terminatormodus, nee ik bén de Terminator geworden!

Een bord ‘nog 3 km’ en de laatste afdaling naar de rivier, een bord ‘nog 2 km’ langs de rivier en ik blijf rennen, af en toe omkijkend of Frank nog bij me blijft. Inmiddels heeft mijn klokje al gepiept dat hij op 41 km zit en ik kijk uit naar het bordje. Door de vermoeidheid mis ik een uitstekende boomwortel en boem, met een dramatisch gebaar stort ik ter aarde. Gelukkig loop je tegen die tijd niet zo heel erg hard meer en val je dus ook niet hard. Desondanks voel ik mijn knie prikken en heeft mijn rechterborstspier en schouder een klap gehad. Als Frank aankomt zeg ik gekscherend: ‘Ach ik dacht, ik ga er even bij liggen.’ Oprecht vraagt Frank: ‘Ben je gevallen?’ Het zal de uitputting wel zijn. Natuurlijk ben ik gevallen, ik ga toch niet echt zomaar liggen gekkie.

Ik sta weer op en we rennen weer door. We hebben nog een minuut of twaalf, dus we moeten het halen. Maar ja, it ain’t over till it’s over. We komen bij de riviercrossing en als we aan de overkant zijn piept mijn klokje 42 km. Met de extra meters die hij sinds het 5 km bordje geregistreerd heeft zou het dus nog 500 meter moeten zijn. Dat halen we. Maar dan ineens paniek! Er staan pijlen naar links en pijlen omhoog. Welke moeten we nu hebben? Frank pakt de GPS en het lijkt er op dat we toch omhoog moeten. Het is een klein klimmetje maar bovenaan staan we voor prikkeldraad om de weg op te komen. Dat is dus niet goed. We lopen parallel aan de weg en het prikkeldraad tot we onmogelijk verder kunnen. Terug! Terug! We waarschuwen ook de jongen achter ons.

We staan weer bij het prikkeldraad en dan zie ik ineens dat de bovenste lijn weggehaald is. Er onderdoor of er overheen? Er overheen dan maar. Als we er alledrie doorheen zijn zien we gelukkig aan de andere kant van het weiland weer een pijl hangen. Rennen! Waar is die finish nou? Bij het prikkeldraad lette ik even niet op de tijd maar nu zie ik dat we nog maar 4 minuten hebben. Koortsachtig kijk ik om me heen en zie niks. Tussen het gras weer omhoog en dan opluchting alom als ik gejuich hoor van een aantal mensen die daar staan te wachten en roepen dat we nog twee minuten hebben en de finish op de weg ligt op nog geen 20 meter. En inderdaad kom ik bij de weg uit en zie de allesverlossende mat. Richard maakt een finishfoto als ik er overheen sprint en terwijl ik achterom kijk zie ik Frank ook finishen. We made it! Barely maar hé, boeien.

We nemen even een minuutje om bij te komen en de mensen gedag te zeggen alvorens we terug naar het cafe wandelen voor mijn medaille en iets te drinken. En vooral om mijn slippers aan te treken zodat ik mijn nieuw gekweekte blaar kan bewonderen. Daarna rijden we terug naar het huisje voor een douche alvorens we richting het centrum wandelen om te eten. Tenslotte is het al 19:00 geweest.  Tijdens een heerlijke dikke steak leert de daguitslag dat ik op 8:57:40 gefinisht ben. 2 minuten en 20 seconden. Als je dan bedenkt dat we 9:01 (en een beetje) gestart zijn en de registratie klokslag 18:00 stopte was het inderdaad maar een minuut speling. Maar deze pakken ze ons niet meer af.

De volgende dag voelt deze Terminator zich zo vastgeroest alsof ze 6 jaar in de Maas gelegen heeft, of de Ourthe zo u wil, en ook de schouder zal nog wel even duren voordat die weer normaal kan bewegen maar een tripje naar Bastogne kan er nog wel af alvorens we naar huis rijden. ‘s Avonds sluiten we het weekend af met nog één keer uit eten en thuis met een Tarte aux Citron die ik van de patissier meegenomen heb alvorens het normale leven weer op te pakken. Het voelt gek. Twee weekenden niks op de planning en rustig aan doen. 

Allemaal stilte voor de storm, want over drie weken…

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.