Krijtlandtrail. Hoezo warm?

Een Ultratrail lopen tijdens de enige hittegolf van het jaar in Nederland. Je plant het niet. Maar ja, het komt nu eenmaal zo uit dus wat doen Hepie en Hepie? We gaan 52 km lopuh te lopuh ergens in het zuiden van het land. Je weet wel, waar het meestal ook nog eens lekker warmer is dan in Rotterdam.

Op vrijdag maar vast die kant op gereden, tenslotte is het ruim twee uur rijden en we moeten om 9:00 starten. Dat vind ik vroeg genoeg, warm wordt het toch wel en ik verwacht dat we er wel de hele dag over gaan doen dus dat maakt ook niet uit. We zitten in elk geval in een hotelletje 150 meter van de start vandaan. Kunnen we lekker een beetje uitgerust beginnen. Even vergetend dat de hittegolf op vrijdag al begint en er dus van slapen weinig terecht komt als je in een kleine sauna ligt met een ventilator die meer herrie maakt dan een Formule 1 auto bij de start.

Als we ‘s ochtends op staan is het eerste nummer dat we op de radio horen ‘Highway to Hell’ van AC/DC. Een soort voorbode van wat ons te wachten staat? Ik hoop het niet maar vrees het ergste. Rond een uur of acht wandelen we in volledig ornaat naar het nagelegen cafe waar Cor, Geraldine en Chris van Trail-running.eu zich al geïnstalleerd hebben om de startnummers uit te delen. Oh, wat heb ik dit gemist! Liefdevol strijk ik over het nummer alvorens het na het ritueel van gaatjes prikken aan mijn startnummerbelt vast te maken. Dan is het wachten terwijl ik de laatste happen van mijn ontbijt wegkauw, twee mueslibollen. Pannenkoeken zijn voor de wegwedstrijden.

Om 8:45 worden we gevraagd om mee te lopen naar de start waar Cor zijn opbeurende praatje houdt. Iets over warmte, open vlaktes, brandende zon en heuvels, heuvels en heuvels. We hebben er zin in, alle 30 en een beetje deelnemers. Een select clubje. Cor telt af en we zijn gestart. Het eerste stuk is tussen twee weilanden in en best goed te lopen. Het is in elk geval nog vlak. Wel al warm ook al is het pas 9:00. Rustig aan beginnen maar.

We komen al snel op een stukje asfalt en een stukje omhoog. In het kader van energie verdelen en niet te vroeg opblazen ga ik dan ook gelijk wandelen terwijl Frank en Karin, waar we mee teamen vandaag, door lopen. Die kom ik zo wel weer tegen, het wordt toch geen PR vandaag. Qua tijd dan want waarschijnlijk gaan er wel een paar andere recordjes breken. Pijnlijkste voeten, meest overhitte hoofd, droogste tong, meeste water gedronken en meer van dat soort dingen.

Cor had gezegd dat de eerste tien kilometer typerend zijn voor de Limburgse vergezichten, daarna komt het bos, en dat klopt wel. De uitgestrekte velden in het heuvelachtige landschap liggen er schitterend bij in de stralende zon die de boel goud kleurt. Wat kan Nederland toch mooi zijn. We hebben gelukkig weinig last van insecten. Die vinden het ook te warm en zoeken hun verkoeling in de schaduw op de rug van menig kudde koeien die we onderweg tegen komen. 

Na een paar kilometer stuiten we op Agnes, een van oorsprong Poolse dame die haar eerste ultra loopt en die we bij de start ook al even gesproken hebben. We lopen gezellig een stukje met haar op en voor we het in de gaten hebben staat onderaan een heerlijke ‘ik laat me vallen’ heuvel de eerste extra waterpost die ze hebben ingelast alweer voor ons klaar. We doen rustig aan en maken een praatje met Chris terwijl de hoofden gekoeld worden met water. Als we zo ver zijn gaan we weer verder. De kop is er af en we kunnen de eerste 10% afstrepen. 

We hobbelen lekker verder. Zo aan het begin gaat het allemaal wel soepeltjes en overwinnen we met gemak de heuveltjes met afwisselend stukjes over asfalt of over landweggetjes. De eerste 38 km is de route over het officiële Krijtlandpad, aangeduid met rood-gele ‘vlaggetjes’, dus in theorie zouden we ook zonder navigatie het grootse gedeelte van de route moeten kunnen vinden. Dat lukt in 80% van het geval dus af en toe even controleren is geen overbodige luxe. De gehele route is 65 km lang dus ze hebben een stuk afgesneden om aan 52 km te komen. Doen we die hele 65 km wel een keer als het een paar graden koeler is. 

Rond 10 km staat de volgende verzorgingspost waar we niet alleen wederom dankbaar gebruik maken van het water en de sponzen, maar ook van de speciaal gekochte stukken watermeloen en de lekkere zoute Tucjes. Normaal gesproken heb ik relatief weinig vocht nodig tijdens het lopen maar ondanks dat ik heel goed tegen de warmte kan ben ook ik vandaag niet zuinig met drinken. Frank mag trots op me zijn, die vindt altijd dat ik te weinig drink. Overigens niet alleen tijdens het lopen, maar ja, ik lust nou eenmaal geen alcohol.

Als we allemaal weer afgespoeld en bijgevuld zijn gaan we op weg naar het bosgedeelte. Maar niet nadat blijkt dat dat pas ergens op 15 km is. Dus eerst nog lekker over het asfalt in de brandende zon, door wat dorpjes heen en vooral veel steile kilometers omhoog. En dan omhoog stekkeren naar het hoogste punt van Nederland, het drielandenpunt. Lekker scheldend op die klotebult lijken we meer op een paar kreupele schildpadden die achteruit een berg beklimmen dan fitte trailers die de berg op sprinten maar goed, bovenaan staan Cor en Geraldine ons persoonlijk op te wachten met vers water. Ik zou er mijn ongelimiteerde Platinum card voor gegeven hebben als ik die zou hebben maar gelukkig hoeft dat niet. Allemaal inbegrepen bij het inschrijfgeld.

We zijn inmiddels officieel de laatste lopers op het parcours samen met Ramon, de ‘laatste loper’ voor de veiligheid van de lopers en die er voor zorgt dat er niemand achter blijft. Een kilometer verder zijn we bij het drielandenpunt. Leuk, hier ben ik nog nooit geweest en kan ik ook weer afstrepen van mijn lijstje. Zo kom je nog eens ergens. Omdat het er letterlijk een circus is met toeristen, wachtrijen voor de uitkijktoren en eet- en drinkgelegenheden maken we wel een paar foto’s maar gaan daarna gauw weer door. 

Het enige voordeel van omhoog is dat je ergens ook weer omlaag mag, dus we kunnen lekker een beetje vaart maken als we de heuvel weer afrennen. Dat is nog eens meters maken. De weg naar de 21 km is dan ook iets makkelijker, met uitzondering van het feit dat er wel weer een lekker stuk open weg in de hitte  tussen zit. Zelfs Ramon heeft het er moeilijk mee. Ik mis blijkbaar ergens een gen want ja, het is warm maar ik merk er eigenlijk fysiek weinig van. Ik wijd het maar aan mijn jaren in Spanje en dat mijn lijf ergens nog wel in de herinnering om weet te gaan met deze warmte. Of zou Frank toch gelijk hebben als hij grapt dat mijn hart een ijsklomp is en ik het daarom koel hou? Nou, hij mag grappen wat hij wil maar voorlopig ben ik lachende derde.

Bij de verzorgingspost wordt er even goed de tijd genomen voor iedereen om bij te komen. Manon, ook een dame die meeloopt, zit er even doorheen, Ramon voelt zich niet helemaal lekker, Karin kookt en Frank geeft stoom af. Chris haalt uit zijn privevoorraad wat watermeloen, magnesium en voor Frank zelfs een blikje Radler 0.0 om zijn dorst te lessen. En ik? Ik roep alleen maar dat ze een beetje moeten opschieten. Dit gaat allemaal van mijn tijd af en het is geen lampionnentocht. Maar alles natuurlijk met een vette knipoog. Ik heb het erg naar mijn zin vandaag maar dat kan de volgende keer zomaar weer anders zijn. Ik herinner me vaag nog een ultra ergens in Januari dat ik op 15 km al liep te tandhakken.

Maar uiteindelijk gaan we toch maar weer op pad, tenslotte moeten we nog een stukje. We lopen nu voornamelijk door de bossen waar we in de schaduw kunnen lopen, met af en toe een stuk open veld. En met name dat laatste is killing voor zowel Frank, Ramon en ook wel een beetje Karin. Inmiddels hebben we ook Manon en een Chinese dame in onze kielzog. Agnes is ons al voorbij gelopen. We werken onszelf voorbij de 25 km. Joepie we zijn op de helft, ongeveer, en door naar de 30 km. We zijn al geïnformeerd dat we een beekje tegen gaan komen waar we in kunnen springen. Ik loop met Manon een stukje voor, Karin is waarschijnlijk al bij de verzorgingspost en Frank komt achteraan met Ramon. Onderweg er naartoe ben ik door een Belgische man nog een ‘schone blonde dame’ genoemd als hij Frank vertelt dat ik 100 meter voor hem loop. Als Frank hem bedankt en vertelt dat ik zijn vrouw ben moet de rest van de groep erg lachen. Die kan ik in elk geval in mijn zak steken. 

Bij het beekje staat een kudde koeien in het water af te koelen en wij springen er gewoon lekker bij. Een unieke ervaring, bathing with cows! Alleen daarom zou ik al zo’n trail als deze lopen. Dat er af en toe wat langs komt drijven in het water nemen we op de koop toe. Ach gewoon even opzij stappen en wachten tot het weg is. We wachten tot Frank en Ramon ook uitgebadderd zijn. Van daar uit is het nog maar een klein stukje tot aan de verzorgingspost. Ramon houdt het voor gezien, het is te warm en hij voelt zich nog steeds niet helemaal 100%. Dat overkomt ook de beste en het is een verstandig besluit. Ik haak nu weer aan bij Frank want die heeft de navigatie. Een lang stuk warm en brandend asfalt brengt ons 2,5 km verder voordat we het bos weer in duiken. Frank gaat stuk maar we moeten echt nog even door, de volgende post staat pas op 37 km. Het is echter teveel warmte en hij besluit daar uit te stappen. Balen maar wellicht wel verstandig. Het kost hem te veel energie en volgende week hebben we ook nog iets op de planning staan. 

Bij de 37 km wacht ons echter een verrassing. Ze staan bij een klein restaurantje met een waterslang en die mogen ze gebruiken om ons af te douchen. Het is heerlijk om die koude straal water over je hoofd te voelen. Mijn lichaamstemperatuur daalt gelijk met 10 graden. Ook wordt er nog een medische check gedaan en wat supplementen uitgedeeld maar mijn enige wens is een waterijsje. Die hebben ze helaas niet. Frank knapt weer helemaal op en pakt er in elk geval nog 5 km bij voor de marathonafstand. Maar eerst krijgt hij nog een biertje, zonder alcohol uiteraard. Karin gaat vast vooruit en ik ga met haar mee want als Frank aan het bier zit…

We duiken weer de bossen in en moeten ergens omhoog waar geen pad loopt. De woorden van Cor bij de briefing klinken in onze oren. ‘Als je ergens bent en denkt, we moeten hier lopen maar er is geen pad, dan klopt dat, daar moet je lopen.’ Nou ja, dwars door de struiken omhoog dan maar. Als Cor het zegt. En je bent een trailert of je bent het niet. 100 meter en 3 minuten later lopen we Cor te vervloeken als ik al drie keer bijna ben gevallen en de takken van de struiken erg hun best doen om me op mijn plaats te houden. Maar eenmaal boven komen we toch weer op een pad. Vooruit dan maar. Ondertussen probeer ik een koekje weg te kauwen. Met mijn droge mond lijkt het meer op een hap uitgedroogde plamuurverf en ik kan bijna mijn kaken niet van elkaar halen. Beetje water erbij dan maar om er een papje van te maken dat ik in elk geval door kan slikken. Nee, voor culinaire hoogstandjes moet je geen trail gaan lopen.

Halverwege het bos stopt Karin haar klokje er mee. Batterij leeg en dus geen route meer want ik heb hem niet aan staan. Er zit niks anders op, we moeten wachten op mijn prins op het witte paard om ons te redden. Nou ja, een uitgedroogde ‘tongopzijnschoenen’ bezweette plakprins dan, maar goed, hij is niet ver weg en hij weet de weg dus it’ll do. Gelukkig is het nog maar 1 km tot de volgende verzorgingspost waar ons ook weer een beekje beloofd is.

Daar aangekomen stapt Frank nu écht uit, dus we ruilen. Ik de GPS, hij de autosleutel. Ik duik met Karin nog even het beekje in, laat me voor de gein temperaturen (37,1), vul mijn waterzak voor de laatste keer en schrans nog een stukje watermeloen weg. Ok, nog eentje dan. Vooruit, nog eentje. Ok, dit is écht de laatste. Eigenlijk ben ik wel een beetje klaar met eten en drinken maar het moet dus ik doe mijn best. Karin, Manon en ik worden voor het nageslacht vastgelegd als de laatste lopers alvorens we weer op weg gaan. Nog maar 10 km, en een beetje want de GPS geeft 2 km meer aan. 

We zijn nog niet koud op weg of we moeten ineens een maisveld in. Het is dat Karin het herkent van de wintereditie want er valt bijna niet te lopen. Rechts het mais, links hoge brandnetels. Dan maar tussen het mais door. Daarna nog een stukje over de aardappelen en dan gelukkig weer normale ondergrond. Op een klein beekje waar we doorheen kunnen na dan. We wisselen nu bos weer af met landweg en omhoog met omlaag. Zeker de stukken omlaag pak ik gewoon hardlopend op waardoor ik de twee dames een beetje achter me laat. Voor mij wandelt de Chinese in de zon en ik haal haar al gauw in. Ik heb inmiddels ook mijn muziek aangezet voor het laatste stuk. Dan kom ik weer in het bos met een heerlijke landweg downhill. Halverwege check ik toch even de route en zie dat ik weer eens een afslag gemist heb. Damn, weer terug dan maar. Maar waar is nu dat pad? Ik zie iets dat er op lijkt maar na 100 meter weet ik het echt niet meer. Ik dartel wat heen en weer door de struiken als ik Karin en Manon zie, die ook aan het zoeken zijn. Uiteindelijk gaan we maar dwars door het struikgewas waarbij we Cor voor de zoveelste keer vervloeken terwijl ik mijn benen openhaal aan de doornen van de braamstruiken. Gelukkig vinden we het pad weer terug en kunnen we weer door. Het leed is alweer geleden en vergeten.

Ook nu laat ik de dames een beetje achter en na een kruising waar ze weer bijkomen en ik aangeef dat ik een beetje door wil lopen, puur vanwege het feit dat ik het zat ben, en ze dat helemaal ok vinden, ga ik het laatste stuk rennend in om gelijk weer zo’n heerlijke klotebult op te moeten. Nu is het de beurt aan mijn klokje om er de brui aan te geven. Hij heeft 8,5 uur zijn best gedaan maar langer trekt hij het gewoon niet. Gelukkig hou ik het langer vol. Ik heb het niet gelijk in de gaten maar zet als alternatief maar ouderwets de Runkeeper aan voor de laatste 5 km. Volgens mij zat ik bijna op 49 km de laatste keer dat ik keek. Nou ja, we zien wel. Ik had al uitgerekend dat het 54 km zou worden.

Met nog een 3 km te gaan kom ik bij de laatste waterpost waar Chris staat. Hij vraagt of het allemaal nog goed gaat en of ik nog iets nodig heb. Maar ik voel me prima en met het einde in zicht wil ik gewoon lekker door. Ik blijf dus niet te lang hangen en na alleen nog even afsponsen ga ik de laatste loodjes afwerken. Ik kom al gauw bij een dorp langs een vijver waar ik helaas niet in mag springen. Bij de fontein die ik even later tegenkom heb ik meer geluk. Ik ga er gewoon lekker in staan en stop mijn hoofd onder de straal water die uit de muur komt. Gewoon, omdat het kan. 

Ik maak me op voor de laatste 2 km als ik wéér geconfronteerd wordt met een heuvel omhoog. Nu merk ik dat ik moe ben. Het zal een mentaal dingetje zijn zo bijna op het eind. Ik kijk even schuin links en zie ineens een trap. Wacht, had Karin niet iets gezegd over een trap? En inderdaad, ik moet de trap op. Met mijn laatste restje energie en mijn zere voeten negerend hijs ik mezelf de trap op en bovenaan sjok ik naar het Mariabeeld dat we vrijdagavond bezocht hebben. Nog 1 km en in plaats van de asfaltweg naar beneden moet ik via het zandpad dwars de heuvel af. Dat had ik niet verwacht maar het is een leuke verrassing. 

Dan ben ik ineens bij het hek dat ik herken van gisteren, het weiland met de koeien en het laatste beekje waar ik speciaal voor Frank doorheen ga omdat we dat gisteren zeiden. Terwijl ik film stap ik er in en zak tot mijn schrik weg de modder in. Gelukkig gaat het goed en blijf ik staan. Zou wat zijn, om op dit punt nog even ‘op je muil’ te gaan, het water in. Niet in de laatste plaats voor de gezondheid van mijn telefoon. Dan een klein stukje weg en in de verte hoor ik ze al juichen bij de finish als ze me aan zien komen. Natuurlijk ren ik het laatste stuk uit, staat Frank me op te wachten en heb ik na ruim 9,5 uur vanaf het moment dat we vanochtend vertrokken mijn vierde ultra gelopen. Cor, Geraldine en Chris hebben er weer iets moois van gemaakt en de boel fantastisch verzorgd. En die klotebulten, die rare paadjes en dat struikgewas hoort er allemaal gewoon bij. Wat zou de fun zijn als die er niet in zouden zitten?

We wachten nog even op Karin en Manon en zelfs onze Chinese vriendin, die officieel laatste is, zien we nog finishen. Daarna sjouw ik mezelf naar de auto voor droge kleding en een paar slippers zodat ik het slachtveld van mijn voeten kan aanschouwen. Op twee ultradikke blaren na, om maar even in de juiste bewoording te blijven, een op elke hiel, valt het eigenlijk wel mee. Het ziet er erger uit dan het lijkt vanwege het feit dat ze al die tijd nat geweest zijn. Dat droogt wel weer. Ik heb zoveel dorst dat ik zelfs genoegen neem met Pepsi in plaats van Coca cola maar als die op is besluiten we alsnog een extra nacht in een hotel te slapen in plaats van helemaal naar huis te rijden. Het wordt het hotel in Leende, waar we ook sliepen tijdens de Leenderbostrail, ook van Trail-running.eu. Blijven we toch een beetje in dezelfde sferen. Zijn we in elk geval morgenochtend halverwege, hebben we vannacht airco in de kamer en morgen ontbijtbuffet. Eten doen we uiteindelijk bij datzelfde uitstekende Italiaanse restaurant als toen, en waar ik als toetje alsnog een ijsje eet. Die heb ik wel verdiend.

Krijtlantrail 2020. 52 km (en een beetje) en 1200 hoogtemeters. Wat was je mooi, wat was je gaaf, wat was je leuk, wat was je goed geregeld, wat was je ver, en vooruit, je was ook wel een beetje warm. In elk geval een mooi opwarmrondje voor volgende week.

Cu bij de Trail des Fantomes? Slechts 42 km maar met 2130 hoogtemeters, dat dan weer wel.

📸 Chris van Beem

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.