Fitte vijftigers

We lopen in het Mastbos. Een mooie route op een zonnige zondagochtend. Er zijn meer mensen in het bos. Een aantal wandelende ouderen maar vooral veel jonge mensen met kinderen, een hond of allebei. En terwijl wij voorbij komen sjezen in onze hippe hardloopkleding, trailvest mee en vrolijk groetend ‘Goedemorgen’ vraag ik me af wat deze mensen nu denken. ‘Daar heb je weer een paar van die mafkezen.’ Of ‘Wat goed dat ze zo fit blijven.’ Of misschien wel ‘Dat ziet er toch niet uit op die leeftijd?’

Ik was welgeteld negenendertig toen ik mijn eerste hardlooprondje maakte. Frank was de veertig toen al gepasseerd. In de afgelopen tien jaar ben ik van een iets te dikke strubbelende 5 km loper tot een fitte ultraloopster uitgegroeid. En ik heb het idee dat het einde nog niet in zicht is. Hardlopen is niet voor niets een sport waar je op latere leeftijd prima mee kan beginnen. Sterker nog, de schriftgeleerden zeggen dat je voor een marathon piekt op je negenentwintigste, je beste jaren tussen de vijfentwintig en de vijfendertig liggen, en ook de praktijk wijst uit dat je daarbuiten aan de bovenkant over het algemeen op de langere afstanden beter presteert dan aan de onderkant van de leeftijdsgrens. Dat klopt ook wel want ondanks alle ervaring die ik de afgelopen jaren opgedaan heb is het beeld dat ik heb van de gemiddelde marathonloper nog steeds niet helemaal vervaagd, namelijk die van de pezige ouwe mannetjes. En ook als ik kijk naar het ultrawereldje dan kom ik daar toch niet gauw jonkies van in de twintig tegen, misschien uitzonderingen daargelaten.

Zelf beschouw ik mezelf natuurlijk helemaal niet als oud. In mijn hoofd ben ik nog steeds een jonge godin van vijfentwintig. Ik weet nog dat mijn vader vijftig werd. Die was toen al stokoud en ook mijn moeder was veel ouder dan ik toen ze vijftig werd. Inmiddels is vijftig het nieuwe dertig toch? Met andere woorden, ik zit in mijn piek van mijn presteren. Bovendien weet ik zeker dat ik nu fitter ben dan toen ik dertig was. Dat mijn rimpelige vel over de randen van mijn soms iets te strakke hardloopbroekje lubbert heeft dan ook niets met ouderdom te maken, maar alles met het feit dat ik sinds het afvallen een paar jaar geleden gewoon veel ‘los vel’ heb. Met die hangende oogleden ben ik gewoon geboren, die wanhopig geverfde grijze haren had ik op mijn dertigste ook al en die ontbrekende kies is gewoon pech geweest.

Je hebt wel eens van die ouderen die weigeren om oud te worden. Die dan altijd zo nodig met de jeugd mee moeten doen en wanhopig proberen hip te blijven. Vond je het ook niet vreselijk als je moeder vroeger probeerde hip te zijn? Er bestaan niet voor niets programma’s als ‘Hotter then my daughter’. Gelukkig voor ons heb je ook ouderen die gewoon uit zichzelf hip zijn en blijven. Mijn vlechtjes is zeker geen teken dat ik mijn leeftijd probeer te ontkennen maar puur gemak en die hippe hardloopkleding vind ik nou eenmaal gewoon leuk. Kan volgens mij best toch? Voor ons geldt zeker dat hoe ouder, hoe gekker. Bij Frank denken ze sowieso altijd al dat hij jonger is dan hij werkelijk is. Lucky me. Dus of wij in die categorie vallen weet ik niet. Maar één ding weet ik wel.

Wij zijn misschien niet per sé hippe vijftigers, maar toch zeer zeker wel fitte vijftigers!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.