In de eerste jaren van mijn hardloop carrière liep ik voornamelijk wedstrijden op asfalt. Wedstrijden waarbij je allerlei verschillende tactieken had om snel te lopen of gewoon goed te finishen. Er was echter één ding wat ik van mezelf niet mocht doen, en dat was wandelen. Wandelen was een vies woord. Wandelen was voor watjes. Voor mensen die het niet volhielden om bijvoorbeeld 10 km aan een stuk te kunnen rennen. Waarbij ik op menig moment tot mijn schaamte zelf ook zo’n watje was overigens. Ik weet nog goed dat ik mijn eerste halve marathon liep, de CPC van 2014. Ik was op 14 km al helemaal naar de klote. Afwisselend wandelend om dan toch weer proberen een stukje rennend, vooral als de mannen met de camera op de motor naast me reden, haalde ik uiteindelijk de finish. Maar zoals gezegd, met toch enige vorm van schaamte.

Later heb ik dat gelukkig los kunnen laten, mits er een goede reden voor was. Ik leerde dat even wandelen om water te drinken of om wat te eten tijdens een verzorgingspost juist strategisch beter was voor het eindresultaat. En als ik gewoon met iemand mee liep, voor de lol of voor support, dan moest er soms ook even gewandeld worden. Geen enkele schande dus. Gelukkig maar, want toen ik mijn PR op de marathon liep in 2018, met 3:59:29, heb ik de laatste 7 km ook afwisselend gewandeld. Interval noemde ik het toen, maar het was gewoon keihard tussendoor wandelen. Het was toen ook wel erg warm weer, maar dat terzijde.

Het échte tussendoor wandelen heb ik pas de laatste jaren geleerd, tijdens het trailen. Daar is wandelen gewoon een onderdeel van het lopen. Bij een 50 km trail door de heuvels is het onmogelijk om niet tussendoor te wandelen. Om te eten, om die steile heuvel op te gaan of gewoon om even van de omgeving te genieten. Zelfs de grotere ultratrail goden onder ons wandelen tijdens de langere afstanden. 

Het is zelfs nu al zo erg, dat als ik op asfalt loop ik regelmatig denk, ‘wanneer mag ik even wandelen’? Het mooie is aan de andere kant dat ik misschien niet meer gewend ben om die 10 km non stop te rennen, maar als ik heel even wandel wel in een split second hersteld ben. Wandelen is dus inmiddels een zeer gewaardeerd en zelfs strategisch ingepland onderdeel van mijn hardloopstrategie.

Maar dat is wandelen tijdens het hardlopen. Wat als wandelen juist het doel wordt? Sinds een paar weken heb ik sowieso iets herontdekt, namelijk dat wandelen an sich een hele positieve invloed heeft op mijn coronakilo. Sinds het me eindelijk gelukt is om de 30 dagen streak van 10.000 stappen per dag vol te maken in de Garmin app heb ik hem door kunnen zetten en heb inmiddels al 66 dagen achter elkaar mijn doel behaald. En hoe langer ik het vol hou, hoe meer ik mijn best doe om het vast te houden. Net als destijds ooit stoppen met roken, omdat het zo zonde was om weer te beginnen. Dan had ik al die dagen voor niets niet gerookt. Zo voelde dat tenminste. Terug naar het dagelijks wandelen, het helpt om die coronakilo onder controle te krijgen. 

Ooit heb ik stiekem in mijn achterhoofd ook nog wel de gedachte om mee te doen aan de Nijmeegse Vierdaagse. Geïnspireerd op toen ik nog een klein meisje was en op de lagere school mee deed aan de avond Vierdaagse. Mijn aller-, állereerste medaille ooit. Helaas kon ik de vervolg opzetstukjes niet verdienen het jaar daarna omdat we gingen verhuizen. Dat trauma heb inmiddels meer dan verholpen. 

Of die Nijmeegse Vierdaagse er ooit gaat komen weet ik niet. Wandelen is écht anders dan hardlopen. Je gebruikt andere spieren, hebt andere schoenen nodig en moet ook anders trainen. Voorlopig ben ik uitgenodigd door Anita Active voor de Leiden Wandel marathon. Samen met een buddy ga ik een halve marathon wandelen. Dat wordt een behoorlijke uitdaging, maar wel eentje die ik natuurlijk niet uit de weg ga. Hoe ik dat ga aanpakken? Gewoon, net als met het hardlopen. We beginnen met 5 km. En je weet wat ze zeggen.

‘A journey of a thousand miles begins with a simple step’

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.