Brabantse Ultra Trail 50 km

Hoe lang is het geleden dat we een georganiseerde loop liepen? En definieer ‘georganiseerde loop’.  Want is de virtuele Berenloop georganiseerd? Of the Two Rivers Marathon? Eigenlijk niet hé? In dat geval moeten we helemaal terug naar oktober 2020. Toen liepen we de Biesbosch Crossing Ultra. Daarna hebben we nog veel loopjes gedaan, ook langere afstanden in het kader van de Duivelse Uitdaging, maar echt georganiseerd met een startnummer, een medaille, een voor ons gemaakte route en verzorgingsposten? Nee niet meer. Tot vandaag.

De Brabantse Ultra Trail stond eigenlijk gepland op 27 maart, waarbij ik na het verplaatsen van de Black Devils 100 naar het najaar, toch een 100 km voor mijn 50ste verjaardag wilde lopen. Het werd de BUT100. Maar het werd de BUT niet, want ook deze werd door Corona verplaatst naar een latere datum. Toen ik een tijdje terug alle verschoven evenementen op een rijtje zette kwamen we een beetje in de knel. 100 km op 24 juli, drie weken later 60 km op de Trail des Fantomes en weer drie weken later 100 km op de BD100. Ook ik heb grenzen. Gelukkig konden we omzetten naar 50 km, beter voor de opbouw en zeker ook mijn gestel. Dat we later ook nog eens op vakantie zouden gaan en dan net een week terug zouden zijn wist ik toen nog niet maar soms zit het mee zullen we maar zeggen…

Toeval wil dat de dag erna de eerste Rotte Damloop georganiseerd wordt, met een gaaf shirt en een nog gavere medaille. Shit, die wil ik hebben! Kan ik die lopen na 50 km trail? Ik weet het niet, misschien is het too much. Soms zit het tegen zullen we maar zeggen… Gelukkig heb ik een escape. In september doen we met Anita Active mee met de wandelmarathon van Leiden, en je kan de Rotte Damloop ook doen met een 10 km wandelonderdeel. Dat moet wel lukken. Toch? Kan ik mooi uitlopen en oefenen. En als ik via de Rotterdam Marathon Deelnemers community een startbewijs win kan ik Deborah ook meesleuren in het kader van ‘gedeelde smart is halve smart’. Die heeft de avond ervoor namelijk een feestje. Gelukkig loopt Myra ook mee, alhoewel ik bang ben dat haar tempo iets hoger ligt.

Anyway, ik heb ingeschreven en dan zien we het wel. Voor de BUT besluiten we de zuidlus van de 100 km te lopen. Een klein minpuntje, die start om 7:00 maar hopelijk zijn we dan een beetje op tijd terug want we moeten daarna wel terug naar Rotterdam. De Rotte Damloop start de volgende dag om 8:30 namelijk. We gaan de avond ervoor dan ook vast die kant op en logeren weer in hotel De Jagershorst, waar ook de start is. Lekker makkelijk en kunnen we bij ‘ons’ Italiaans restaurantje eten. Zo gezegd, zo gedaan en na een lekkere pastamaaltijd gaat om 23:00 het licht uit. De wekker staat om 6:00.

Hij is wreed, die wekker, en met moeite en een restje jetlag trek ik mezelf uit bed. Waarom was dit ook alweer leuk? Ik kauw een stuk notenbrood weg en hoop op een wonder op het toilet, maar dat blijft uit. Om 6:50 gesp ik sinds ruim 9 maanden voor het eerst weer een startnummer om. Tracker in mijn vest en dan waag ik nog één poging op de wc met een klein wondertje tot resultaat. Net op tijd terug voor het einde van de briefing, namelijk dat de cutt off time 6 uur is maar met een uurtje speling. Ik waarschuw maar dat het bij ons nog wel eens ietsje langer kan duren onder het motto ‘ik ben net terug van vakantie’.

We wandelen naar de overkant van de straat en dan zijn we ineens begonnen. Rob loopt ook mee en is samen met Kees. De groep gaat op een lekker tempo weg. Ik ben nog niet eens wakker dus we zijn ze binnen no time kwijt. Ze doen hun best maar, grote kans dat we er nog wel een paar tegenkomen. En inderdaad is een klein clubje een stukje verkeerd gelopen en komen we die na een paar kilometer alweer tegen als ze weer teruglopen naar de juiste route. Daaronder Rob en Kees die nu een stukje met ons optrekken. Dan gaat het mis. Rob krijgt last van zijn hamstring en besluit om niet verder te lopen. Hij stuurt Kees samen met ons verder. We vragen nog even of hij het zeker weet, en dan rennen we door.

De verzorgingspost staat op 18 km maar ondanks dat ik best aardig wat gegeten heb vlak voor de start ga ik dat niet redden. En dat geldt ook voor Frank en Kees dus rond de 15 km eten we wat. Het weer is wel ok, het is bewolkt en ietwat klammig maar er staat een klein briesje. Prima loopweer dus. Er is wat regen voorspeld maar dat zien we dan wel weer. Het is een mooie omgeving met zeer gevarieerde ondergrond dus het wordt ook genieten. 

De verzorgingspost is meer dan welkom. Lekkere zoutjes en ook een bekertje cola, of twee, gaat er goed in. Het lijkt stiekem toch best warm want ook al voel ik het niet, mijn kleren zijn zeiknat van het zweet en ik heb enorme dorst. Zelfs mijn vlechten voelen aan alsof ik net in het water heb gelegen. Een paar kilometer later lopen we op de Belgische grens maar ik heb het helemaal niet in de gaten. Dan tikken de 25 km aan, in een nette drie uur. In theorie op schema voor de cut off time maar ik weet dat we over de tweede helft langer gaan doen, ook al zit ik vroeg in mijn flow. 

De tweede verzorgingspost moet op 31 km zitten en dat is maar goed ook want op 29 km is mijn water op. We komen op een parkeerplaats van een restaurant waar het heel logisch is en volgens de route om de verzorgingspost te hebben staan, maar we zien niets. Tegen die tijd hebben we al een paar mensen ingehaald maar een tweetal voor ons is ook zoekende en de anderen komen achter op lopen terwijl we ons afvragen wat te doen. Als we de post gemist hebben wil ik dat weten want dan ga ik vullen in het restaurant. Ik ga echt niet verder zonder water.

We lopen een stukje verder terwijl ik Chris bel. Dan blijkt dat we nog een stukje door moeten lopen en we een kleine aanpassing in de route gemist hebben. En inderdaad een paar honderd meter door het bos zijn daar dan toch de zoutjes, een appeltje, cola en vooral ook water om bij te vullen. Als we weer helemaal opgefrist en verzorgd zijn gaan we weer op pad. Ik moet er wel weer even inkomen want ik ben ineens toch wel stijf. Gelukkig heb ik inmiddels muziek opgezet en switch ik mijn playlist van ‘Lekker lopen’ naar ‘Lekker hard’. 

De afstand tussen de posten wordt steeds kleiner, de volgende is nu 10 km verder. Frank heeft inmiddels best last van de warmte, Kees en ik niet, dus hij zegt dat we maar door moeten lopen. Dat doen we bij tijd en wijlen maar wachten ook regelmatig even op hem. Dan krijgen we vlak na kilometer 35 een stuk van de route langs de oever van een watertje. Vreselijk ongelijke ondergrond en ze hebben gemaaid, wat natuurlijk fijn is in verband met de blote benen, maar echt superkut loopt omdat ze het gemaaide hebben laten liggen. Het is heel zwaar lopen, niet alleen vanwege de ongelijkheid, maar ook omdat je met iedere pas weerstand hebt van de strengen gedroogd gras en onkruid die je meesleept. Tot overmaat van ramp is het stuk bijna twee kilometer lang. Dan treed een van mijn gouden regels van het hardlopen in werking. ‘Aan alles komt een eind, ook aan…’ Vul zelf maar in.

De post op kilometer 40 is bij mij inmiddels 41 want ook wij hebben af en toe een verkeerd paadje gepakt. Ik val weer aan op de cola en een heerlijk stukje watermeloen. Nog wat chips en een spekkie er in en ik ben weer ‘good to go’. Frank heeft iets langer nodig dus Kees en ik gaan wandelen. Bij kilometer 45 leg ik aan Kees uit dat ik ‘stal ruik’ en dat als het juiste nummer in mijn oor komt, ik weg ben. Het eerstvolgende nummer is dat juiste nummer en onder een luid ‘Ja, dat is hem, ik ben weg!’ ga ik er vandoor. Kees haakt aan, Frank probeert het niet eens. Als het nummer afgelopen is en ik weer even wandel besluit ik dat Frank waarschijnlijk niet meer gaat aanhaken en Kees en ik lopen de laatste 4 km samen verder. Frank komt wel en had al een paar keer gezegd dat ik mocht gaan. Hij weet dat ik in goede handen ben.

Het is nu aftellen en ik moet eerlijk bekennen dat ik mijn lichaam ook wel voel, helemaal als we een stuk met mul zand krijgen. Maar 4 worden er 3 worden er 2 en dan is daar ineens de laatste kilometer alweer. Ik kijk op mijn klokje en bereken dat er zelfs een sub 6:30 in zit. De finish is bij het hotel en het begint nu heel lichtjes te druppelen. Rob wacht ons op bij de finish en die sub 6:30 is mooi gehaald. Waarschijnlijk onze snelste 50 km tot nu toe. Kees mist nog een paar meter voor de 50 km en maakt nog een rondje over de parkeerplaats. Ik kijk waar Frank is en die is ook al bij de manege aan de overkant dus het heeft geen zin om hem tegemoet te lopen. We staan klaar met de camera maar ook hij moet nog een rondje parkeerplaats. 

Als ook hij binnen is krijgen we een dikke vette medaille en trekken we iets droogs aan. We gaan voor een cola/biertje en een bitterbal op het terras maar naarmate het harder gaat regenen gaan we toch maar naar binnen. Als alles op is gaan we ieder onze weg en rijden terug naar Rotterdam, waar we ouderwets in bad duiken. Maar niet nadat we langs de slager gereden zijn voor een dikke steak voor vanavond. 

Over drie weken lopen we de 60 km van de Trail des Fantomes. Onze volgende uitdaging. Oh nee, eerste de Rotte Damloop morgen. En eerlijk gezegd weet ik nu even niet welke uitdaging groter is…

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.