Halve Marathon Leiden 2021

Na de Roparun en vóór een weekendje Spanje en de Rotterdam Marathon houden we een weekendje rust. Tenminste, als je hardloopmatties je niet verleiden tot het lopen van een halve marathon. Gezellig met de ‘dinnies’ op de zondagochtend een metaaltje scoren zoals dat heet. En aangezien ik de ruggengraat van een weekdier heb als het om hardlopen gaat heb ik natuurlijk ja gezegd. Halve Marathon Leiden it is.

Frank gaat met een clubje trailen en hij is zo lief om mij in Leiden af te zetten. Of ben ik zo lief dat hij de auto mee mag nemen? Hoe dan ook, ik moet om 11:00 lopen dus ik wil er om 10:00 zijn want ik moet ook nog mijn startnummer ophalen en van de P+R met het busje naar de start. Ik spreek af met Linda en Marilene. Die laatste komt met Ysbrand want die loopt ook mee, Linda laat zich ook afzetten bij de P+R. We zijn iets eerder en rond 9:50 hobbelen we over een grasveldje richting de tent waar we ons startnummer op kunnen halen. 

Het zonnetje zou gaan schijnen maar nu is het nog een beetje bewolkt en daarmee koud. Ik hou mijn warme trui dan ook maar tot het laatste moment aan. Even later komen Marilene en Ysbrand er ook aan en rustig maken we ons klaar. Tegen de tijd dat we richting start willen moeten we nog heel even onze tassen afgooien maar we zijn Ysbrand kwijt. Uiteindelijk leveren we de tassen maar in en komt Ysbrand ineens opduiken. Die heeft zijn spullen al in de auto gegooid dus ‘we are good to go’ zoals dat heet. 

Omdat we laat ingeschreven hebben staan we in het laatste startvak. Het is weer even wennen. Al die mensen samengepropt in een startvak met een hoop lawaai om ons heen. En al die andere dingen die ik vergeten ben zoals een poncho tegen de kou en zo. Het is toch wat anders dan ‘s morgens vroeg met 50 man ergens op een hei in alle stilte beginnen met het lopen van een ultratrail. Allebei hebben hun eigen charme. 

We mogen beetje bij beetje vooruit tot we eindelijk bij de startboog staan. Nog even door de met hekken gecreëerde fuik en dan klokje aan, muziek aan en beginnen met lopen. Marilene en Ysbrand hebben hun eigen schema maar Linda en ik hebben afgesproken samen te lopen. Ik ben in het begin lekker enthousiast. Bovendien vind ik het niet fijn om achter een pacegroep te lopen dus ga ik er voorbij. ‘Heb je er zin in?’, vraagt Linda dan ook. Ach, ik kak straks toch wel weer in want ik hou deze snelheden niet lang meer vol.

Het zonnetje is inmiddels doorgebroken en de temperatuur loopt snel op. Binnen een kilometer heb ik het in elk geval niet koud meer. De eerste 5 km lopen we richting Zoeterwoude en gaan we de A4 over. Ik herken dit stuk van de route nog wel van de vorige keer, twee jaar geleden. Veel enthousiaste supporters en muziek langs de kant. De waterpost is in elk geval meer dan welkom want met het zonnetje op mijn bolletje is het inmiddels echt warm. Daarnaast lopen we veel harder dan gepland en dat komt vooral door mij. 

Na Zoeterwoude duiken we de polder in. Ik ben blij met mijn muziek en het zonnetje want dit gedeelte van de route is een beetje saai. Het meest spannende is een wei met jonge paarden waar er een paar lekker bokkend een stukje mee rennen. Dit stuk is ruim 6 km, net genoeg om tot mijn huidige limiet van snel over het asfalt rennen te komen. Ik moet heel nodig eten en dan heb ik het niet over het zielige gelletje dat ik in mijn Flipbelt heb zitten. Nog zo iets dat ik volledig ontwend ben.

Na de tweede drankpost komen we weer in bewoonde wereld terecht en zijn we over de helft. Het valt me wederom zwaarder dan gedacht. Twee kilometer later voel ik iets wat ik me niet kan herinneren eerder gehad te hebben. Mijn benen beginnen een beetje te verkrampen. Te hard gelopen? Te weinig getraind? Of juist teveel gelopen de laatste tijd? Het rennen op de klinkers van de straat? Oude schoenen? Of gewoon samenloop van omstandigheden? Voorlopig zit ik er maar mee. Of beter gezegd, loop ik er maar mee. Ik bijt op mijn tanden om in elk geval door te blijven lopen tot de 15 km en de volgende drankpost. 

Als we daar zijn zien we ineens een bekend gezicht langs de kant. Volledig onverwachts staat daar vriend Bart ons aan te moedigen en foto’s te maken. Als we hem voorbij zijn ga ik wandelen en stuur Linda weg. Ik moet even kijken wat mijn benen doen en ik moet ook zeker even rustig wat eten. Mijn Nature Valley Crunchy repen lenen zich niet voor eten en rennen tegelijk, al helemaal niet zonder water in de buurt om de happen door te slikken. Gelukkig lijken de beentjes wel weer bereid om een stukje te hollen en als ik een kilometer later niet alleen Bart nog een keer zie staan maar ook een bekertje water van een aardige buurtbewoner kan scoren om die brok in mijn keel weg te spoelen kan het alleen nog maar beter worden. Nog 5 kilometer te gaan.

De pacegroep van 2:10 komt voorbij rennen en ik probeer zowaar aan te haken. Dat lukt niet want hoe zwaar of hoe moeilijk ik het ook heb, als ik ren dan ren ik ook en is mijn basis snelheid gewoon iets sneller. Er voorbij dan maar weer, in elk geval tot de volgende drankpost waar ik toch nog een bekertje water en een spons scoor. Ook al heb ik thuis al zo’n leuke running man spons liggen, ik neem hem toch onder mijn schouder mee. Loop ik tenminste niet meer alleen. De pacegroep loopt me weer voorbij tot ik ze een kilometer later weer inhaal. Dit haasje over spel brengt me naar de 19 km. Nu zijn het er nog maar 2 en met het gezellige publiek en de route langs de gracht moet het goedkomen. 

Ik zit nét niet op de 10 km per uur maar het is per definitie sneller dan de geplande 2:10 of zelfs 2:15. Toch heeft mijn ego er wel een beetje moeite mee. ‘Vroeger’ liep ik gewoon onder de twee uur. Ik kan een 100 km run lopen, sta bij een 50 km trail op 40 km te dansen maar een halve marathon onder de twee uur red ik niet meer. En ik snap ook wel dat het twee compleet verschillende manieren van lopen zijn met afwijkende training en je nu eenmaal niet op allebei de doelstellingen kan focussen. Maar wat zong Freddy ook alweer? ‘I want it all, I want it all, and I want it now!’ 

Mijn tanden breken inmiddels bijna door tweeën maar ik laat me niet kennen en probeer op de maat van de snelle nummers in mijn oren mijn stappen te blijven maken. ‘Rainbow in de sky’ heeft een heerlijke pace, ‘The four horseman’ haalt mijn laatste restje energie naar boven en door ‘Two tribes’ vergeet ik de pijn in mijn benen. Nog 1 km, nog 900 meter, nog 800 meter en zo tel ik af tot ik de finishboog in zicht krijg. Nog een high five met een Roparunteamlid langs de kant en lachen voor de camera -sponsindehandinmiddelsanderstaathetstom- en dan eindelijk de finish over. 2:07:29, definitely not my best maar zeker ook niet mijn slechtste tijd op een halve. Maar als ik weer een beetje fatsoenlijk op asfalt wil lopen zal ik er toch wat aan moeten gaan doen. In elk geval iets met eten en wennen aan het aan een stuk door lopen op snelheid. De vraag is of ik dat wil? Luie ik versus competitieve ik. 

Bij de finish loop ik gelijk door, onderwijl de medaille aanpakkend en twee stukjes sinaasappel snaaiend. Ook haal ik het traditionele biertje aan het eind van het finishvak. Ik wil het meenemen voor wie wil maar ik mag het bekertje niet uit het vak meenemen dus maak ik een foto, drink het half op en laat de rest staan. Ik koel snel af en eenmaal terug bij de tassen staat er een enorme rij. Ik probeer Linda te bellen, die was eerder binnen dus misschien staat ze al in de rij. Helaas, zij had geen tas achtergelaten en Marilene is eerst naar de auto. Er zit niks anders op dan aansluiten. Frank laat in de tussentijd weten dat hij er al is en duikt de kroeg in want dit duurt nog wel even. Als ik halverwege ben komen Linda en Marilene aanlopen. 

Als we eindelijk onze tassen hebben nemen we afscheid. Ook met nu een trui en broek aan heb ik het koud en we hebben nog een drukke agenda voor de rest van de dag. Bovendien moet ik het busje nog opzoeken dat me terug brengt naar de P+R. Als door wat meelopers blijkt dat die niet gaat komen omdat het hele verkeer vastloopt zit er niks anders op dan de 1,5 km terug te gaan lopen. In de kroeg pik ik Frank, Richard en Natascha op en duiken we in diezelfde verkeerschaos om weer thuis te komen. Het duurt even maar om 15:00 sta ik dan eindelijk onder de warme douche. 

Over twee weken is de Rotterdam Marathon. Ik denk dat ik maar even plan de campagne moet gaan maken voor mezelf. Maar ik vermoed dat het iets met ‘funrun’ wordt.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.