Rotterdam de mooiste

Goed, twee marathons in een week. Sommigen vinden het gekkenwerk, de meesten vinden het stoer. En wat vinden we er zelf van? Tja, van allebei een beetje. Hoogmoed komt voor de val zeggen ze wel eens maar ik denk dat ik het wel kan. Sterker nog, als ik half mei die 112 km wil lopen en in december die 160 km, dan moet ik dit gewoon kunnen. En ja, trailen is anders, maar het gaat om hardheid in je lijf. Bovendien ben ik hebberig en wil ik allebei die medailles hebben.

Van dat ‘ik denk dat ik het wel kan’ ben ik in de week ervoor niet zo zeker meer. Ik ben echt moe van Parijs en heb irritatie in mijn keel met een hardloperskuchje. Uitdroging in Parijs met het koude weer de dagen erna is geen goede combi. En natuurlijk weer een drukke week op kantoor, de eerste keer op de nieuwe manege en donderdag uit eten. Vrijdagochtend onverwachts toch naar kantoor, naar huis racen en dan rennend-want-ik-moet-mijn-stappen-nog-maken naar de expo om voor de RMD wat startbewijzen op te pikken. Anderhalve kilometer vanaf huis maar hijgend en piepend als een longpatient met zuurstofgebrek kom ik aan. Als dit de voorbode voor zondag is dan wordt het niks.

Het rondje op de expo is leuk en omdat het nog zo vroeg is, is er nog  bijna niemand en dus profiteer ik van de korte rij bij de fotomedaille en de geen rij bij de robotarm voor de handtekening van Kipchoge op mijn eigen startnummer. Natuurlijk even langs de stand van Anita en zit er spontaan een limited edition hardloopjasje van Hoka in mijn tas. Ja, ik kon wel een nieuwe gebruiken. Daarna de boel aan Marco geven, weer naar huis rennen waar ik alsnog aan het zuurstof kan en de rest van de middag gewoon werken.

Frank loopt een trail in België en moet om 4:00 opstaan en weg. Gelukkig kan ik daarna uitslapen en zelfs als ik wakker ben blijf ik nog even liggen. Dan ontbijten, boodschappen doen en samen met Linda, die er rond lunchtijd is, naar de stad voor een pannenkoek, nog een rondje over de expo waar spontaan een nieuwe multicolor Flipbelt in mijn tas terecht komt en bij de City Marathon kijken. Nee, ik had geen nieuwe nodig, maar ik vond hem wel mooi. Genoeg reden lijkt mij. Thuis trek ik me terug op de bank, leg mijn spullen klaar voor zondag, haal nog een pasta, kijk De Marathon, voel me een beetje ‘all by myself Bridget Jones’ en ga op tijd naar bed.

Om 7:00 gaat de wekker en om 7:45 heb ik de metro richting de Green Room. Het is raar zo zonder Frank. Ik kan prima alleen zijn, maar ben het niet meer zo gewend. Ondanks dat ik gisteren rustig aan gedaan heb en relatief goed geslapen ben ik moe en totaal niet in de mood om een marathon te rennen. Dat wordt niet beter als ik in de Green Room ben. Daar waar ik normaal gesproken sta te springen en dansen van opwinding voor Rotterdam zie ik er nu enorm tegen op en hoe gezellig het ook is om iedereen te zien, ik zit voornamelijk stilletjes te wachten tot het tijd is.

Nog even de groepsfoto en rond 9:40 loop ik richting het startvak. Ik heb met Deborah, Mirjam en Joyce afgesproken bij de vuurtoren van het maritiem museum maar ik ben de eerste. Na wat contact wacht ik rustig af tot ze er zijn. Het is bijna 10:00 als Lee aangekondigd wordt, maar ik hoor helemaal niks. Ik wacht tot ze het geluid gefixt hebben als ik vaag wat mensen in het startvak hoor zingen. Dan zegt de speaker, die wel duidelijk te horen is: ‘Dit was Lee Towers!’ Shit, met andere woorden, we hebben hem gewoon gemist! Ik baal als een stekker. Kan deze marathon nog slechter starten? Ik bel Deborah waar ze blijven als blijkt dat ze al in het startvak staan. Lekker dan, maar ik worstel me door de menigte en heb ze gelukkig snel gevonden. Selfie, doorschuiven naar de start, worstelen met mijn muziek die het uiteindelijk toch doet en dan klinkt voor onze wave niet het kanonschot maar de scheepshoorn dit jaar. En ook nu moet ik het zonder startvakkus van Frank doen.

Ik heb tegen de meiden gezegd dat ze maar lekker moeten gaan, ik wil rustig lopen en heb geen idee wat er gaat gebeuren. Ik kan op 5 km instorten, ik kan ‘normaal’ lopen tot 32 km en dan instorten en ik kan zomaar ook prima lopen tot de finish. We zien het wel en niemand hoeft rekening met me te houden. 

We gaan over de start en rechts zie ik Aboutaleb staan en een halve meter verderop Lee. Ik bedenk me geen seconde, eerst naar de burgemeester shit, shit, shit mijn gezichtsherkenning doet het niet, niet zenuwachtig worden nu en we maken een selfie. Hij wenst me succes. Dan gelijk door naar Lee en ook met hem mag ik op de foto en wenst hij me succes. Eindelijk de missing picture!!! En vanaf dat moment is alles OK…

Ik loop op een comfortabel tempo de Erasmusbrug over en haal de meiden zowaar weer in. Ik loop een stukje met ze mee maar mijn comfortabele tempo is net een tikje sneller dus ik wens ze succes en zeg ze gedag onder het motto ‘jullie halen me straks wel weer in joh’. Ik geef me over aan deze eerste kilometers en merk al gauw dat het een stuk warmer is dan in Parijs vorige week. Mijn sleeves gaan omlaag en mijn buff gaat uit.

Tijdens het lopen kom ik diverse RMD-ers tegen en de mood stroomt in volle golven nu door me heen. Hoe kon ik hier nu geen zin in hebben? Ik loop in mijn stad, het is prachtig weer en ik voel me goed. Keelirritatie? Hoe kom je er bij. Vermoeidheid? Ik voel me fantastisch. Niet in de mood? I’m in the mood for everything! Ik weet, hoogmoed komt voor de val, maar voor nu geniet ik met volle teugen en voor ik het weet ben ik bij de 5 km na nog even gezwaaid te hebben naar Rob de Hair. Gisteren zwaaide hij naar mij tijdens de City run.

Vanwege de warmte, mijn ervaring en de wens om beheerst te lopen neem ik al bij 5 km de tijd om rustig te wandelen en te drinken. Bovendien had ik een enorm droge mond dus het water is meer dan welkom. Ik begin ook gelijk met het koelen van mijn gezicht. Letterlijk het hoofd koel houden. Van daaruit door. Niet instorten na de eerste 5 kilometer? Check!

Bij Lombardijen ga ik ruim van tevoren rechts lopen. Ik weet waar Evert zit. Veiligheidshalve ga ik niet springen dit keer maar stuur ik hem een luchtkus. Een symbolische kus voor alle fotografen die onze runs altijd onvergetelijk maken door ze op de gevoelige plaat vast te leggen. Dan naar de 10 km en still going strong. Ik eet wat en draai het Havenspoorpad waar ik weer wat bekenden tegenkom, waaronder Roparun maatje Walter. Even kletsen en weer door. Gewoon lekker op de maat van de muziek de kilometers weg tikken tot ik bij het heen en weertje bij Slinge ben.

Deze lijkt langer dan andere jaren maar dat zit in mijn hoofd. Ik leid mezelf af door naar de overkant te speuren naar bekenden. Ik zie er genoeg dankzij het groene shirt maar ze zijn te ver weg en mijn mond is te droog om ze te roepen. Dan mag ik eindelijk zelf keren en kijk ik nu naar de lopers die achter me zijn. Als ik een paar honderd meter verder ben zie ik de meiden lopen. Niet zo heel ver achter me en gezien mijn tempo lopen die ook niet de beoogde 6:30. Ik moet stiekem een beetje lachen.

Ik ben blij met de drankpost van de 15 km want ik heb weer dorst, zeker na de reep met chocoladesmaak. Ook nu weer goed drinken en even wandelen. So far so good en ik ben nog steeds in goede stemming. Als ik de 21 km zo haal ben ik al blij, de rest komt dan ook wel goed. Die 21 km komt prima. Zelfs het ‘saaie’ rondje om Ahoy heen gaat relatief makkelijk voorbij en ik ben ook Monique die ik ken van destijds de Hardloopwinkel tegen gekomen. Zij heeft vandaag mijn doel al bereikt als marathon master door 10x Rotterdam te lopen. Ik moet er nog een paar. 2025 als ik het goed uitreken en ieder jaar kan (uit)lopen.

Ik neem mijn eerste gelletje. Het is alweer even geleden dat ik niet op chips en koek loop, vorige week niet meegerekend, maar voor asfalt is dit toch beter. Zonder cafeïne, die heb ik straks vast heel hard nodig. Ik ben toch wel blij als ik de hoek naar de Laan op Zuid op draai en de 25 km post zie waar ik een bekertje water van Lonneke krijg. Als ik er net voorbij ben zie ik mijn slager langs de kant staan rekken. Hij heeft het zo te zien zwaar. Ik wist dat hij ook liep, grappig om hem dan hier tegen te komen. Ik spreek hem aan en vraag of het gaat. Net aan. We wandelen samen een stukje op en ik spreek hem wat moed in. Gewoon langzaam door dribbelen, de ene voet voor de andere en hij gaat het gewoon halen. Als hij weer in beweging is loop ik door, de Erasmusbrug over.

Met kleine pasjes en een beetje wandelen, want ik ben nu ook wel een beetje moe, bedwing ik mijn grote vriend en ga de kakofonie van geluid aan de voet van de brug tegemoet. Ik zet mijn eigen muziek even uit en geniet van de energie die door me heen trekt. Dan het door iedereen gevreesde tunneltje bij Blaak waar ik met kleine pasjes zonder blikken of blozen doorheen loop om vervolgens uit te kijken naar Bart en Patries die links met tucjes en zoute sticks staan. Ik ren naar ze toe en neem een paar tucjes. Die opeten blijkt de grootste uitdaging van de dag te zijn want mijn mond is gortdroog. Met ieder woord dat ik uitspreek sproei ik kruimels in de rondte maar ik krijg een slok frisdrank van Patries om de boel door te spoelen. Ondertussen ligt er een loper midden op de route op de grond in elkaar gezakt, waarschijnlijk door de warmte. Hij wordt geholpen door de EHBO en hopelijk komt hij er gewoon weer boven op.

Dan weer verder, ik kan niet te lang stil blijven staan, en onder de kubuswoningen door naar de 30 km als ik ineens een confettidouche van Running Angels Frouke en Stans krijg. Wat superleuk! Bij de 30 km staan Joost en Mirjam. Wat leuk om ook hen te zien! Een knuffel en weer door, bekertje water van Edwin, aan de overkant zwaaien naar Herman, en door de menigte van Crooswijk op weg naar het bos, ondertussen naar rechts kijkend om bekenden te spotten. Dat lukt aardig als ik Rob, René en zelfs Marco zie rennen. Terwijl ik naar het bos en de RMD cheerzone ren heb ik maar één gedachte: ‘Ik hoop dat Frank in het bos staat!’ Ik kijk op de klok en zie dat het theoretisch mogelijk moet zijn.

Ik duik het bos in en in de verte zie ik hem al staan. Mijn grote liefde, druk in gesprek met Linda waardoor ik hem eerder zie dan hij mij. Als hij me aan ziet komen duik ik zijn armen in voor een dikke knuffel. Hé, lekker! Daar doen we het voor. Linda heeft een appeltje voor me klaar gemaakt en terwijl ik doorloop en Frank meeloopt eet ik een paar stukken. Dan toch maar weer rennen en Frank rent een stukje mee, zoals hij die dag meerdere keren zal doen. Uiteindelijk moet hij me laten gaan en vol goede moed ga ik het laatste stuk van het bos in.

Ik draai de hoek om de Kralingse Zoom op, nog zo’n K-stuk tijdens de marathon, maar op het eerste scherm krijg ik direct een supporters videoboodschap van Ronald en Linda. Dan kan ik toch niet anders dan door blijven lopen? Het stuk valt me minder zwaar dan andere jaren en ondanks dat ik nu toch kleine stukjes ga wandelen loop ik toch wel lekker en gestaag door. Binnen no-time nogmaals de bocht om en nu naar Kralingen en het laatste stuk langs de plas om ‘het bos’ af te sluiten. En die man met die hamer is dit jaar in geen velden of wegen te bekennen.

Nu wordt het toch echt wel veel stukjes wandelen, maar het zijn iedere keer kleine stukjes om snel weer te gaan rennen of dribbelen. Opnieuw zie ik Rob de Hair, en dit keer rent hij een stukje met me mee terwijl hij me uitnodigt tot een vlog voor het thuisfront. Afleiding en nog meer reden om door te blijven lopen. Hij ‘duwt’ me de bocht om Crooswijk in met de woorden: ‘Het is heuvel af en de muziek in!’ Met anderen woorden gaan met die banaan. Ik ben nu serieus aan het aftellen, nog 4 kilometer, nog 3 kilometer, de gekte van Crooswijk in en op weg naar de laatste drankpost op 40 km.

Een dame spreekt me aan. ‘We zijn achter elkaar gestart, zullen we achter elkaar finishen?’ Ik denk niet dat ik het vol hou om door te blijven lopen zonder wandelen, dus ik lach haar toe maar leg uit dat het bij mij nu met vlagen gaat. Dan weer wandelen, dan weer rennen. Bij de 40 km nog een keer Herman en dan voor de laatste keer naar de Kubuswoningen. Nog 2 kilometer, op naar Rob Sportfotografie. Maar eerst alle toeschouwers opzij duwen om tussendoor te kunnen lopen, nog een keer Frouke en Stans nu iets eerder gespot en dan met een laatste krachtsinspanning toch proberen een sprongetje te maken voor Rob. 

Geen idee of het gelukt is maar ik heb het in elk geval geprobeerd. Het kost me wel mijn laatste energie want die laatste kilometer loop ik niet meer aan een stuk uit. Ik krijg niet voldoende zuurstof en moet nog steeds regelmatig even wandelen tot aan de bocht bij de Coolsingel. Vlak voor de bocht begin ik weer met rennen met het voornemen nu niet meer te stoppen tot aan de finish. Ik hoor nog een paar keer mijn naam maar weet niet of het bekenden zijn of gewoon het publiek. Ik ben te moe. Ik herken nog net Joost en Mirjam die inmiddels langs de de finish staan en dan op de noten van ‘Seek and Destroy’ passeer ik voor de zevende keer de finish van de Rotterdam marathon.

Ik ben blij en opgelucht dat het zo goed ging en vind het bijna jammer dat het weer voorbij is. Nu moeten we echt weer een jaar wachten voor dit loopfeestje. Bij de finish zie ik Renate en zie ik nog een paar andere RMD-ers. We lopen naar de medailles en ik word geroepen door Renata die hem om wil hangen bij me, maar al sinds mijn eerste marathon haal ik mijn medaille bij ex-collega Pieter, en die traditie ga ik niet verbreken. Een kus en een knuffel, even een kort praatje en een foto en dan richting uitgang voordat ik te veel afkoel. Nog even door de menigte heen worstelen bij de uitgang en dan richting graveren en door naar de Green Room bij Ferry, waar het nog tot laat gezellig is.

Ik ben meer dan tevreden als blijkt dat ik nagenoeg dezelfde tijd, het scheelt 18 seconden (langzamer), dan Parijs gelopen heb. Wie had dat gedacht toen ik vanochtend uit bed stapte? Al met al is het dus toch optie drie ‘prima lopen tot de finish’ geworden. Waar het nou aan lag? Was het de pannenkoek met Linda van zaterdag? Waren het mijn magische Parijs sokken? Was het de handtekening van Kipchoge op mijn startnummer? Was het de relaxdag met de goede nachtrust? Of toch die lekkere donut als toetje? Alhoewel dat allemaal bijgedragen heeft is er toch eigenlijk maar één hele belangrijke reden waarom dit weer een fantastische marathon was.

Rotterdam is en blijft de enige echte #demooiste !

Foto in het midden: Evert Buitendijk Fotografie

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.