Tromsø Polar Night Half Marathon: an Arctic adventure…

Jut en Jul hebben weer wat verzonnen. Nou ja, Jul heeft weer wat verzonnen, Jut had zoals gewoonlijk geen andere keuze dan gewoon: ‘Ok’, antwoorden op de mededeling: ‘Schat, we gaan een halve marathon in Tromsø lopen.’ ‘Ok’. ‘Dat ligt in Noorwegen.’ ‘Ok’. ‘In Januari, boven de poolcirkel.’ ‘Ok’. ‘Dan is het heel koud.’ ‘…Ok’. Hoe ik daar zo bij kom? Nou, ik zag een oproep voorbij komen op Facebook van iemand uit de Rotterdam Running Crew, en toen dacht ik bij mezelf: ‘Noorwegen? Leuk, daar ben ik nog nooit geweest.’ Een halve marathon lopen is dan ook een goede smoes om er heen te gaan. En zo staan we op zaterdag 6 januari dik ingepakt aan de start van de Polar Night Half marathon. Om drie uur ‘s middags, in de sneeuw en in het donker, in drie lagen kleding, een dubbele muts en met spikes onder mijn schoenen. Brace yourselfs, winter is coming…

We vertrekken op donderdag met achttien man, inclusief Frenk, Frank zijn zoon, richting Noorwegen, en mijn goede voornemens voor 2018 zijn stante pede verpest als we geen andere optie hebben dan bij de Burger King te eten. We hebben 20 minuten vertraging dus ons plan om tijdens onze transfer van een uur in Oslo te eten valt in duigen. Hopelijk is dit de enige vertraging, anders hebben we nog wel een uitdaging. Uiteindelijk komt het goed en zitten we lekker nooduitgang breeduit in het vliegtuig. De transfer gaat ook soepel en we hebben weer een nieuwe ervaring als we op een scherm moeten wachten tot onze naam voorbij komt om over te stappen. Als we bijna bij Tromsø zijn horen we de magische woorden ‘Noorderlicht’, en inderdaad zien we het licht hangen. De eerste foto’s zijn gemaakt, en ik vind dat ook al wordt het het hele weekend niks, we deze alvast mogen afstrepen. Op het vliegveld krijgen we een warm onthaal met non-alcoholische bubbels van de touroperator. Het weekend begint goed!

De volgende dag worden we vroeg verwacht voor de huskysleetour. Maar eerst gaan we in een luxe hotel ontbijten. Zalm, zes soorten brood, eieren, muffins, pannenkoeken en wafels. Ik geloof dat ik hier wel aan kan wennen, maar ook dat ik mijn verloren 20 kilo weer heel snel terug ga vinden als ik hier te lang blijf. De rit naar het huskykamp duurt anderhalf uur en ondanks dat het nog donker is vergapen we ons aan het winterse sneeuw landschap. We mogen per twee in een slee, met elk vijf husky’s. We krijgen dikke pakken aan tegen de kou, onze snowboots worden goedgekeurd maar de handschoenen afgekeurd. Te dun, en we krijgen andere te leen. Daarna wordt uitgelegd hoe de slee werkt. Ik mag met één van de gidsen mee en installeer me prinsessenheerlijk op het rendiervel in de slee. Hi ho Silver!

De mythe over de poepende honden is deels waar. Ze poepen en het stinkt, maar het komt niet op je terecht. Gelukkig heb ik een buff tegen de ergste lucht. Het landschap is betoverend en als de honden eenmaal op weg zijn sterft het oorverdovende kabaal dat ze voor de start maken ook langzaam weg, plaatsmakend voor het geluid van hijgende honden en het knersen van de sneeuw onder de slee. De totale afstand is ongeveer 13 km en halverwege wordt er even pauze gehouden. We dollen in de sneeuw en ik doe een poging voor de snowfacechallenge, die nog steeds niet helemaal wil lukken. De sneeuwengel lukt dan weer wel. Daarna gaan we weer op pad en begin ik het toch wel een beetje koud te krijgen, ondanks de honderd lagen kleding. Ik ben alleen het tweede paar sokken vergeten, dus mijn tenen veranderen in rap tempo in ijsblokjes. Ook ben ik het eens met de uitspraak over de handschoenen. Twee seconden zonder, en mijn jatten vriezen er al af. Ik ben dan stiekem ook wel een beetje blij als de rit weer voorbij is.

In de kantine krijgen we een kop authentieke rendiersoep met brood, alvorens we weer terugrijden. Het is 2 uur ‘s middags en het begint alweer donker te worden. Eenmaal terug wandelen we door de winkelstraat en kijk ik toch even hoe het nu zit met spikes voor onze hardloopschoenen. Na wat vergelijkend warenonderzoek besluit ik ze te kopen. Het voelt toch fijn om ze te hebben. Terug in het hotel hebben we maar heel kort omdat we om 18:45 alweer opgepikt worden voor de Noorderlicht excursie. En we moeten ook nog eten. We googelen wat en komen uit bij een pizzeria, waar ze een heerlijke pittige pizza serveren met als specialiteit dat hij wordt geflambeerd.

De Noorderlicht excursie wordt een avontuur. De weersomstandigheden zijn niet gunstig, en de natuur laat zich niet sturen. We rijden naar een plek waar het hopelijk enigszins helder is en we moeten zoeken naar sterren. We zijn niet de enigen en kijken en kijken en kijken, maar zien niets. Ik maak toch wat foto’s, gewoon om te zien wat er uitkomt en of de settings werken. Op één van de foto’s zie ik een rare waas, en dolenthousiast laat ik het aan de gids zien. Ze tempert mijn enthousiasme. Ze weet niet wat het is, maar het is geen Noorderlicht. Ik maak nog een paar foto’s en krijg weer de waas, en dan realiseer ik me dat het de mouw van mijn jas in het licht is met een 15 seconden sluitertijd. Bummer.

We rijden verder en we moeten van de gids weer naar sterren zoeken. Na een lange tijd van staren en niks zien besluiten we om maar terug te gaan naar de eerste plek. We moeten alleen even keren, wat met een grote tourbus op een smal besneeuwde bergpas nog niet zo makkelijk is. Gelukkig vinden we dan toch een soort van parkeerplaats waar we kunnen keren, en rijden we weer terug. Ik maak het mezelf makkelijk en doezel een beetje weg. Als we er zijn en de zelfgebakken koekjes als snack uitgedeeld worden hoor ik opnieuw de magische woorden: ‘Noorderlicht’! Ik ben direct klaarwakker.

Eenmaal uit de bus aanschouw ik het groene schouwspel terwijl ik koortsachtig mijn camera probeer in te stellen. Het hoogtepunt is een prachtige groene cirkel. Dan is het weer voorbij. We blijven nog een tijdje wachten en verder staren maar meer zit er niet in. Dan rijden we weer terug naar het hotel voor het einde van een lange dag. Ik had verwacht dat we 5 minuten zouden rijden naar een plek waar je het Noorderlicht kon zien hangen en we daar drie uur zouden blijven om foto’s te maken. In realiteit hebben we 5 uur gereden om 30 seconden het Noorderlicht te zien. Over verwachtingsmanagement gesproken. Maar het was het allemaal waard!

Zaterdag slapen we een beetje uit en eten we een hardlopersontbijt van eieren met spek en yoghurt met muesli, alvorens onze startnummers op te halen. Het sneeuwt als een gek, als dat maar goed komt vanmiddag. We moeten naar het gemeentehuis waar het al aardig druk is. Ik verlekker me nog even aan de shirtjes, maar ze zijn me écht te duur dus ik hou me in. Tromsø is als een soort Manhattan met bruggen verbonden aan het omringende land, en we besluiten om de dichtstbijzijnde brug over te steken voor wat mooie plaatjes. Het is opgehouden met sneeuwen, maar op de brug merken we dat het nog steeds waait en het is ijzig koud. Aan de overkant lopen we nog even naar de kade voor een kiekje en daarna vinden we het wel weer welletjes, dus lopen we weer terug naar het hotel om nog even te chillen en ons mentaal voor te bereiden. En natuurlijk besluiten wat we aan doen. Hoeveel lagen? Wel of geen jas? Welke schoenen? Het worden drie lagen, geen jas en mijn gewone schoenen met de spikes. Met als kroon op mijn hoofd mijn knaloranje Unoxmuts. We starten om 15:00 en spreken 14:30 met de rest af voor de groepsfoto. Die maken we op het plein waarna we onze tas nog af moeten geven, de spikes om moeten doen, een banaan eten en ik natuurlijk nog naar de WC moet. Al met al is het al 14:57 als we naar de start lopen, en terwijl we net koud in het vak staan wordt er afgeteld en moeten we rennen. We zijn begonnen!

Al de eerste paar meters ben ik enorm blij dat ik spikes gekocht en omgedaan heb, want alhoewel het wat stug loopt, ren ik zelfverzekerd op normaal tempo over het ijs en de sneeuw. Het is droog, er staat geen wind en ik heb het allesbehalve koud. Dit gaat helemaal goed komen! Er zijn geen kilometerbordjes, behalve de laatste vijf op de terugweg, maar dat geeft niet. Het is 10 km tot aan het keerpunt, dat kan ik wel inschatten. En anders heb ik gewoon mijn klokje. Langs het parcours hebben ze de beloofde lampionnen staan en we worden door alle vrijwilligers en een aantal toeschouwers aangemoedigd met ‘Heia, heia’! Nog even en ik kan niet alleen ‘Ja’, ‘Nee’, en ‘Dank je wel’ zeggen in 50 talen, maar ook nog aanmoedigen.

Bij de eerste drankpost moet Frank plassen en wil ik van de gelegenheid gebruik maken om even een foto te maken. Dat lukt met moeite want de juiste settings instellen met handen die ter plekke bevriezen valt niet mee. Ook Frank kan niet plassen, hij kan het parcours niet af zonder een halve meter in de sneeuw weg te zakken, en moet doorrennen tot het keerpunt van de 10 km wedstrijd om aan de overkant van de weg enige privacy te hebben. Ach, we gingen toch niet voor een toptijd.

Daarna hollen we weer verder en we komen af en aan de andere lopers uit onze groep tegen. Tenminste, die paar die ook de halve lopen, want de meesten doen mee aan de 10 km. Het is inmiddels één lange rechte weg maar we lopen heerlijk. Ik ben meerdere malen dankbaar voor mijn spikes, ook al voel ik mijn voeten en kan ik me ook niet aan de indruk onttrekken dat ik een paar kleine blaartjes aan het kweken ben. Maar dat zien we straks wel. Bij het vliegveld hebben we een raar heen en weertje, of twee, maar voor die tijd komen de eerste lopers alweer onze kant op terug rennend. Tja, verschil moet er zijn. Bij het laatste keerpunt moet ik wat eten, wat ook weer een uitdaging is met al die lagen kleding. Het kost ons zeker een minuut, misschien wel twee, om mijn bar uit mijn belt te plukken, te openen, op te eten en het restant terug te stoppen. Daarna beginnen we aan de terugweg.

Dan komen we er achter dat er wel degelijk wind staat. Langs de weg vanaf kilometer 12 tot 18 hebben we hem pal tegen, en hij is nu stiekem toch wel erg koud. De opstuivende sneeuw van de langsflitsende auto’s die recht in onze bakkes komt maakt het er niet makkelijker op. Ik focus me op het inhalen van deze en gene omdat we verrassend genoeg nog steeds tempo kunnen houden. We dienen zelfs een tijdje als haas voor iemand ‘omdat we zo’n lekkere pace lopen’. Uiteindelijk komt er een eind aan de lange weg en zijn we terug in de bewoonde wereld, vrij van de wind, maar waar ook de heuvels zijn. We bedwingen ze onder het ‘Heia, heia’, van de vrijwilligers en beginnen met aftellen nu dat er bordjes staan. De laatste kilometer is heuvel af en dan lopen we weer door de hoofdstraat van Tromsø richting finish, waar Frenk langs de kant staat om een filmpje te maken. We dit it! I knew we would!

Ik krijg het gauw koud maar gelukkig krijgen we naast een mooie medaille ook nog een foliedeken om. We wachten nog even op onze medelopers uit de groep en als ook zij binnen zijn maken we nog even een overwinningsfoto met elkaar. Dan gaan we gauw op zoek naar Frenk, onze tas en terug naar het hotel, want ik begin het nu wel heel erg koud te krijgen. Daar springen we lekker onder de douche en halen daarna een borrel in de kroeg voordat we gaan eten. Vanavond hebben we een groepsdiner met een vier gangen menu. Ondertussen zijn de tijden bekend. Allebei exact 2:04:56, en gezien de omstandigheden zijn we meer dan tevreden. ‘En het bleef nog lang gezellig’.

Het voelt inmiddels alsof we hier al drie weken zijn als de volgende dag om 6:30 de wekker weer gaat. Tenslotte worden we om 8:30 verwacht in de haven voor de walvisexcursie, en we willen ook nog ontbijten. De helft van de groep gaat mee de boot in, de andere helft gaat sneeuwscooteren. Naast onze acht zijn er ook nog twee Duitse dames mee. Kapitein Kurt neemt ons vandaag mee het fjord in. Maar eerst moeten we het ondiepe kanaal door. Het landschap is prachtig en het weer gevarieerd. Als we vertrekken is het bewolkt, maar ergens varen we door een mistbank heen, om vervolgens rechts achter de bergen daglicht met zon te zien, en links een enorme grijze sneeuwbui. Ook nu heeft de natuur zijn eigen wil want voorlopig is er geen orca noch walvis te zien.

Na een tijdje varen besluit Kurt ons even aan land te zetten zodat hij de lunch kan klaarmaken, zelfgemaakte vissoep, met verse vis die hij gisteren gevangen heeft. We ploeteren door de metershoge sneeuw om prachtige foto’s te maken en we wagen ons nog eenmaal aan de snowface challenge. Practice makes perfect blijkt want nu lukt het wel, en ik krijg zelfs Frank zo gek om het te proberen, wat een hilarische foto oplevert van Frank op zijn knieën met zijn gezicht in de sneeuw. Eenmaal terug op de boot heeft Kurt een klein probleempje. De stroomgenerator doet het niet, ergo geen soep. Ach, dan vergrijpen we ons wel aan de chips en nootjes.

We varen nog een tijdje maar moeten dan toch echt terug. De walvissen zijn een weekendje naar de tropen en de orca’s hadden gisteren een feestje en liggen hun roes uit te slapen want ze laten zich niet zien, hoe hard ik ook schietgebedjes de hemel in stuur. Desondanks was het een heerlijke boottocht, en als Kurt ook nog een kabeljauw vangt en we in de haven alsnog de beloofde overheerlijke vissoep krijgen is dit toch een geslaagd dagje uit. Het is 14:00 en inmiddels alweer donker. Het blijft raar, mijn biologische klok is volledig van slag. We gaan even snel langs het hotel maar omdat we nog de hele middag de tijd hebben besluiten we op de valreep de kabelbaan en de berg nog op te gaan. Daar heb je een prachtig uitzicht over de stad. We drinken nog wat en maken plannen voor de avond. Sommigen gaan naar de bioscoop, andere blijven nog wat langer boven en ik heb mijn zinnen gezet op vlees. Maar niet zomaar vlees, nee, het is Mission Reindeersteak!

We wandelen terug naar de stad richting centrum en na wat vergelijkend warenonderzoek hebben we mazzel. Een goed aangeschreven restaurant heeft ongereserveerd toevallig nog een tafeltje vrij en we mogen naar binnen. We zijn met vier, Frank, Frenk en ik, en Albert, die bij ons aangesloten is omdat hij feilloos doorheeft dat wij weten wat lekker is en ook wel van het goede leven houdt. En inderdaad, het eten is goddelijk, zowel voor-, hoofd-, als nagerecht. Daarna storten we in en gaan vroeg richting hotel om daar nog even zinloos te zappen, alvorens als een blok in slaap te vallen.

Het is inmiddels maandag en we slapen een beetje uit. Daarna gaan we nog één keer luxe ontbijten, maar ik heb pech want er liggen geen croissantjes en ook de wafels zijn blijkbaar alleen in het weekend. Kan ik vast weer een beetje wennen aan mijn crackerontbijt thuis. We doen nog een rondje Tromsø centrum alvorens uit te checken en de bus naar het vliegveld te pakken. Daar blijken we wederom vertraging te hebben, dit keer met serieuzere consequenties. We missen onze transfer in Oslo! Maar gelukkig worden we omgeboekt op de vlucht van 17:15, drie kwartier later. Dat deze eerst nog een uur naar Kopenhagen vliegt, waar we anderhalf uur transfer tijd hebben alvorens we naar Schiphol gaan hebben ze er maar even niet bij gezegd. Dan maar in Kopenhagen eten, waar het wonderbaarlijk nóg duurder is dan in Noorwegen. Uiteindelijk mogen we dan om 20:00 eindelijk vertrekken om om 21:30 op Schiphol te landen. Terug in Nederland, waar het licht is overdag, geen sneeuw op de weg ligt, maar waar het bijna net zo koud is. Tromsø wat was je mooi, wat was je leuk, wat was je bijzonder, en wat was je koud.

Weet iemand wat de weersverwachting voor Egmond is, over zeg 5 dagen?

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *