Revenge on the CPC

Hé, eindelijk weer eens een wedstrijdje. Want tja, het is al weer vier weken geleden. Ik ben al weer bijna vergeten hoe het voelt, de zenuwen, de pannenkoeken, de tripjes naar de wc en het op pad gaan met je sporttas. Vandaag doen we de CPC en daar heb ik nog een appeltje mee te schillen. Als eerste halve marathon ooit, die een halve from hell was, heb ik toch altijd de behoefte om deze goed te lopen. In 2015 ging het nog wel ok maar in 2016 liep ik hem geblesseerd en vorig jaar heb ik een poging gedaan om deze als eerste halve marathon onder de twee uur te lopen. Dat lukte. Bijna. 2:00:12 stond er op de nettotijd klok. Dat ik daarna drie halve marathons alsnog onder de twee uur liep, met inmiddels een PR van 1:54:31, telt niet. Die CPC gaat er vandaag dus aan!

Minimaal sub 2 dus. Bovendien is de CPC altijd een beetje een test hoe we er voor staan voor Rotterdam. Vooral nu dat ik geen van mijn halve marathons tot nu toe lekker heb kunnen lopen. Apeldoorn en Schoorl geven goede cijfers, maar zijn toch net weer even anders. En ik heb al de hele week een zeurderige heup. Ook voor Frank is het vandaag er op of er onder. Gaat het goed met zijn knie, dan kan hij uitbouwen, maar gaat het slecht dan is Rotterdam zo goed als verloren.

We starten pas rond half drie, dus we kunnen uitslapen. Geen zenuwen om mijn tas de dag ervoor al te pakken, slechts op ons gemakje een film kijken en een zak engelse drop leeg eten. ‘Dat is goed,’ zegt Frank, ‘koolhydraten en suikers stapelen voor morgen!’. Ik vind het een goede smoes. Na het opstaan dan ook rustig aankleden, pannenkoeken eten en we zijn een half uur voor vertrek volledig klaar. Ik stel voor om te vertrekken anders zit ik toch maar met mijn ziel onder mijn arm. En we gaan met de RandstadRail dus je weet nooit wat je onderweg nog tegen komt.

Dat is in elk geval Lonneke, een loopvriendin, en op Centraal Station Wendy en Patricia van de Anitameisjesgang. Eenmaal op het Malieveld komen we daarbij ook nog een hoop andere RMD-ers tegen. Omdat we via via een VIP bandje hebben gekregen verdwijnen we even in de tent om ons startnummer op te spelden en de tas weg te bergen. Ook hebben ze een terras aan de finish, en eten en drinken waaronder een grote schaal muffins. Straks, als ik klaar ben. Maar wat een luxe! Daar kan ik wel aan wennen. Maar het meest luxe van alles? Vier privé Dixies, schoon, met WC papier en géén rij. Om iets voor twee uur gaan we terug voor de Meet & Greet en de officiële groepsfoto. Mijn bil en been zijn onrustig en ik probeer ze wat te masseren. Gek genoeg trekt het ondanks dat, of misschien wel daardoor, door naar mijn voet met een felle stekende pijn. Kut, zul je net zien. Daar zal ik toch wat aandacht aan moeten gaan besteden. Ik probeer het er een beetje uit te lopen. Daarna nog één keer naar de Dixie en dan rustig naar het startvak.

De steek in mijn voet trekt gelukkig een beetje weg dus ik ben er klaar voor. We zien wel waar het schip strand. We mogen weg en dan gebeurt er iets wat ik in mijn stoutste dromen niet had kunnen verzinnen. Iemand trapt met zijn volle gewicht op een dichte verloren gelverpakking, die met een harde knal openspringt. Ik krijg de volle laag, in mijn gezicht, op mijn arm, over mijn mooie nieuwe RMD shirt en over mijn been. Ik ben nog geen 100 meter op weg en ik plak aan alle kanten. Ik voel me net een afgelikte lollie. Maar ja, niets aan te doen, ik zal het 5 km moeten uithouden tot de eerste drankpost om het er een beetje af te wassen.

De eerste kilometers zijn altijd langzaam bij de CPC en het is zoeken naar je weg. Het is druk en de straten zijn smal. Het voordeel van de ervaring, ik kan er rekening mee houden. Het lukt me dus aardig om toch in mijn ritme te komen. Op de 5 km pak ik twee bekertjes water, een om te drinken en een om de ergste prut van mijn gezicht, arm en been af te wassen. Tegelijkertijd dient het om een beetje af koelen, want al heb ik het niet extreem warm, ik heb het zeker niet koud. Daarna weer op pad en ik haak aan bij een klein clubje van Loopschool Kralingen. Ze lopen een lekker tempo, net langzaam genoeg dat ik ze kan bijhouden en tóch snel genoeg om mezelf een beetje uit te dagen. Samen met een winegum tegen de trek brengen ze me naar de 10 kilometer en een klein beetje verder voordat ik ze uit het oog verlies. Ik merk het niet ineens, ik zit in mijn bubbel en droom een beetje weg naar 2014. Hoe anders liep ik er toen bij. Op 14 km weer een drankpost en op 16 km, na het gemene stukje omhoog bij de boulevard, begin ik te rekenen. Sub 2 haal ik met gemak, mits er geen rare dingen gebeuren. Voor een PR moet ik minstens 10 km per uur blijven lopen. Ook dat moet haalbaar zijn. Mijn benen beginnen zeer te doen maar ik heb een ruime marge dus ik kan wat afzakken qua tempo. Maar zolang het gaat, gaat het.

Na de boulevard een stukje omlaag en dan een lang stuk vals plat. Volhouden nu, het is nog maar drie kilometer. Het aftellen is begonnen en ik begin stiekem zelfs een beetje te hopen op een sub 1:50. Niet zo heel erg ver voor mij loopt zelfs een 1:50 pacer. Eerst denk ik dat ik hem niet bijhoud, maar ik loop toch stukje bij beetje in. Op de Raamweg staat Marco Vink voor een high five en dan is daar eindelijk het 20 km bord. Met nog slechts 500m op de teller haal ik de pacer toch in en zie de grotere pacergroep die daar nog voor loopt. Ook die haal ik nog in en als ik de hoek omdraai voor de laatste meters richting de finish heb ik nog 2 minuten voor een sub 1:50. Ik zet mijn tanden op elkaar en blijf rennen in wat voelt als inmiddels een moordend tempo. De beruchte Terminatorknop.

Finish! En op mijn klok 1:48:47, officieel 1:48:44. Ik kan het bijna niet geloven. Heel even dreigt mijn keel weer dicht te slaan van de inspanning, maar het gaat gauw over. Ik check waar Frank is en zie dat ik voldoende tijd heb om me naar de tent te haasten om hem te zien finishen. Eenmaal binnen neem ik wat te drinken, de schaal met muffins is helaas weg, dus dan maar een broodje en snel naar buiten. Frank loopt mooi op schema en ik zie hem inderdaad finishen. Toch maakt hij een gebaar dat het niet goed gaat en ik maak me ernstig zorgen. Als hij er eindelijk is blijkt dat hij toch enorm last van zijn knie heeft. Dat zet een dikke streep door zijn Rotterdam Marathon. Voor nu. Ik ga bidden voor een wonder.

We blijven nog even kijken om vrienden en kennissen te zien finishen terwijl ik me verheugd stort op een laatste chocolademuffin die me smeekt om opgegeten te worden en die blijkbaar over was op de schaal en die ze weer teruggezet hebben. Dan weer met de metro naar huis voor het ritueel van bad, bank en, we doen eens gek, een grote schaal sushi. Een dag met gemengde gevoelens. Supertrots en blij met niet alleen mijn PR maar ook met de sub 1:50, enorm balen voor Frank met zijn knie. Hij overleeft het wel, maar het is gewoon Kwalitatief Uitermate Teleurstellend. En alhoewel mijn been ook zwaar protesteert, zit ik nog lang niet in ‘niet lopen’ fase.

Hoe het ook zij, de CPC is nu permanent van mij, wat er in de toekomst ook nog gebeurt. Dit neemt niemand me meer af. En voor wat betreft de test voor de Rotterdam Marathon? Volgende week nog de 35 km en de komende vier weken heel blijven. Maar even los daarvan geloof ik dat ik wel #MR18 proof ben. Of waren het toch de engelse dropjes?

Countdown initiated!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.