Een appeltje uit Egmond

De halve van Egmond. Daar heb ik nog een appeltje mee te schillen. Drie keer scheepsrecht zeggen ze wel eens. Tenzij je vervloekt bent, dan heb je er vier keer voor nodig. Dat ongeschilde appeltje is dan ook de enige reden dat ik toch weer ingeschreven heb. Want hoe leuk Egmond ook is, het is toch ook wel erg ver weg en de laatste tijd ook wel een beetje druk. Nog los van het feit dat je gewoon de hele dag op pad bent. Maar goed, dat verdomde appeltje. Dat zit gewoon dwars.

Gewapend met het grootste en scherpste schilmes dat ik kan vinden rijden we dan ook opnieuw richting Egmond. Of beter gezegd Heiloo waar we met de pendelbus naar Egmond gebracht worden. Herman rijdt ook mee voor zijn debuut op het strand. Er is windkracht 8 en zeikregen voorspeld maar ja, heftige weersomstandigheden maken Egmond wel Egmond dus vooruit dan maar. De wind schijnt van de zijkant te komen en onderweg hebben we ook weinig regen dus misschien hebben we mazzel. Bovendien heb ik dit jaar niet echt blessures, ik ben getraind, ik loop met niemand mee, ik heb geen toeschouwers langs de kant om mee te praten en ik ben vooral niet ziek. Goede omstandigheden dus om een goede tijd neer te zetten. Of beter gezegd, geen enkel excuus om het niet te doen. Linksom of rechtsom gaat die Egmond PR van 2:24 er vandaag aan. Zo moeilijk kan dat toch niet zijn? Of misschien toch wel, gezien de uitslagen van die andere twee edities die dichter bij de 2:30 lagen.

We zijn prima op tijd maar toch te laat voor de Meet & Greet van de RMD. In de hal is het druk en ook het afgeven van de kleding is drukker dan we gewend zijn. Ik vang iets op van te weinig vrijwilligers. Dat zou het kunnen verklaren. Als we eindelijk onze tas kwijt zijn dribbelen we richting start en kunnen eigenlijk gelijk doorlopen. Een kus, de oortjes in, gauw nog even een startvakselfie, nog een kus en gaan met die banaan. Frank vraagt nog of we samen lopen maar ik wil ‘no strings attached’. Frank wil onder de twee uur lopen. Ik stiekem ook wel maar wil mezelf ook geen druk opleggen. Het blijft toch Egmond.

Na de start draaien we gelijk het strand op. Het zand is hard, de wind komt inderdaad van de zijkant en het is droog. Mooi, dan kan ik tenminste gewoon normaal lopen. Ik probeer desondanks toch een beetje uit de wind te lopen want geen wind is toch beter dan zijwind. Ik zit lekker in mijn bubbel, zo erg dat het even duurt voordat ik door heb dat ik geroepen word. Het zijn de Running Angels! Wat leuk en ik kan het niet laten om mijn telefoon te pakken om een foto te maken. Daarna zeg ik gedag en loop ik weer verder. I am a woman with a mission! Frank ben ik al kwijtgeraakt tegen die tijd.

De drankpost op de 5 km staat dit jaar aan de rechterkant langs de strook hard zand. Een aangename verrassing want nu hoeven we niet van de route af door het mulle zand en weer terug om wat te drinken. Ik heb stiekem ook wel trek en graai graag naar een stuk banaan die direct in mijn holle kies verdwijnt. Op naar het einde van het strand. Vorig jaar kregen we nu mul zand maar dit jaar blijft het hard. Soms zit het mee. Heel even lijkt het of het toch wat drassig wordt maar dat is ook zo weer weg. Op mijn klokje staat 6,3 km en ik vraag me af of dat klopt omdat ik geen 6 km bord gezien heb maar als ik even later de opgang naar de duinen zie blijkt dat het toch klopt. 

De opgang is maar een klein stukje en met gedecideerde kleine stapjes is deze hindernis ook zo genomen. Heuvel op en dan de duinen in. Het is smal en het is druk dus ik moet zoeken naar gaatjes om er tussendoor te kunnen zodat ik mijn ritme kan houden. Dat lukt over het algemeen. Een enkele keer moet ik inhouden of krijg ik een hand in mijn rug omdat ik zelf iemand in de weg loop. Sorry, maar ik moet soms ook uitwijken voor mensen die ineens opzij stappen. Ik neem de heuvels met kleine stappen maar blijf wel rennen en laat me vallen als we omlaag gaan. Ik stap lekker door de modder zonder angst om te vallen of te glijden. Is dat trailen toch nog ergens goed voor. Op een gegeven moment pak ik zelfs een zijspoor in de berm zodat ik ruimte heb om mensen te passeren. Why not? Je doet wat je kan nietwaar?

Op de 10 km neem ik weer wat te drinken en probeer opnieuw mijn honger te stillen met een stuk banaan. Ik ben de organisatie dankbaar want ik heb nog wel ergens een reep in mijn Flipbelt maar dit is beter. Onderweg ben ik al een paar RMD-ers tegengekomen maar op 11 km zie ik ineens Mirjam lopen. Zij vecht haar eigen oorlog waar ik diep respect voor heb. Ik zeg gedag en verontschuldig me opnieuw voor het feit dat ik doorloop. The Mission comes first today.

Egmond is om meerdere redenen een mooi maar lastig parcours. Niet alleen de weersomstandigheden, het strand, de smalle duinpaden of de drukte, maar ook het pad dat na de duinen komt loopt aan de zijkanten zwaar schuin weg. Dus of je loopt in het midden, of je loopt schuin. Of in de berm maar dat is ook niet altijd een optie. Ik probeer dus maar een beetje af te wisselen terwijl ik tussen de langzamere lopers en wandelaars door manoeuvreer. Op naar de 15 km. Maar eerst komt er nog een extra verzorgingspost en ook al was ik in eerste instantie niet van plan om er gebruik van te maken, ik heb vandaag een hoop holle kiezen. Achter de banaan aan prop ik een experimenteel gel-dinges die we ergens in, ik geloof Valencia, op de Expo opgepikt hebben. Het lijkt wel een marshmallow. Maakt niet uit, het smaakt.

Bij 16 km ga ik beginnen met rekenen. Na een paar keer op mijn klokje gespiekt te hebben met een gemiddelde snelheid van 5:36 heb ik nog 30 minuten voor 5 km om een sub 2 te halen. Appeltje-eitje zou je denken maar ik heb al gezegd, het blijft Egmond. Dat blijkt als rond 17 km de laatste drankpost komt. Opnieuw een stuk banaan en de tweede gel-dinges die op een marshmallow lijkt en alles behalve overbodige luxe is. Mijn benen zijn volgelopen en voelen als beton. En ik moet nog 4 km waaronder de Bloedweg. Ik gun mezelf de luxe om heel even te wandelen terwijl ik mijn water wegwerk. Het helpt om weer een beetje los te kunnen lopen maar het tempo zakt wel. Tijd voor de Terminatorknop en mijn lievelingsnummers van Metallica en Rammstein. Just keep running, ondanks de zware benen, de zere voeten, de zeurende billen en de blaar die ik voel ontwikkelen. Nog 3 kilometer, nog 2 kilometer en dan de Bloedweg. 

Ik heb maar één gedachte. Wat er ook gebeurt, blijven dribbelen. Want ik moet tempo houden. Ik zet mijn tanden op elkaar en de ene voet voor de andere. Opnieuw mijn naam, dit keer geroepen door een paar RMD-ers en opnieuw een zwaai en een verontschuldiging. Ik ben er bijna. God wat zal ik blij zijn als ik er ben. Die gedachte hou ik vast. Ik wil er vanaf zijn, klaar mee zijn en hoe sneller ik doorloop, hoe eerder ik er ben.

De laatste kilometer gaat op de automatische piloot. Alles doet zeer maar ik voel niets meer. Dat komt straks wel weer. Nog 500 meter. Ik heb veel laatste 500 meters gelopen, sommigen een feestje, sommigen zwaar en sommigen onmogelijk die voelden als 100 km. Die van vandaag vallen in de laatste categorie niet in de laatste plaats omdat we nu vol wind tegen hebben. Egmond zal me laten weten dat hij Egmond is. Op de valreep zie ik Anitalady Lisette in het publiek staan, precies waar ze had gezegd dat ze zou staan. Het is het laatste dat ik registreer als ik de 100 meters aftel naar de finish. De finish van bloed, zweet en tranen.

De tranen komen als ik weer stil sta. Tranen van vermoeidheid, tranen van inspanning, tranen van emotie en tranen van blijdschap want ik heb het toch maar mooi geflikt. Egmond eat this! Gewoon een f&@king sub 2 op Egmond. Dat appeltje is niet alleen geschild maar het klokhuis is er uit gehaald, in stukken gesneden en verorberd! Ik hoef nooit meer naar Egmond. Het kan wel, maar het hoeft niet. Dat had ik mezelf beloofd als ik een sub 2 zou lopen.

Na mij komen Lonneke, Yvonne en Ketura binnen. Lonneke ziet me als eerste en ook dat ik het zwaar heb gehad. Ik krijg de liefste knuffel. Terwijl de andere twee dames ook aan komen lopen is Beau van Erven Dorens ook gefinisht en staat hij even later naast ons om met wat mensen op de foto te gaan. Yvonne zegt dat ze ook wel wil en ik denk hetzelfde. Voordat hij weg kan vraag ik of wij ook op de foto mogen en toffe peer dat hij is mag dat. Ondertussen komt ook Frank binnen. Die komt helaas een minuut te kort. Te druk op het parcours. 

Ik wil een waardig afscheid van Egmond en ga in de rij staan bij de Juichmomentbooth van Nationale Nederlanden. Dat duurt Frank te lang die vast richting hal loopt. Als hij al weg is realiseer ik me dat ik de sticker voor de tas heb. Het duurt langer dan ik denk maar als ik dan eindelijk klaar ben ren ik gauw richting de kledinguitgifte. Daar staat Frank te foeteren omdat hij me niet kon bereiken en het nummer van de tassensticker niet meer wist. We gaan gauw de sporthal in om wat warms aan te trekken, op Herman te wachten, een broodje worst te eten en daarna met de bus terug naar de auto en naar huis. 

De halve van Egmond. 1:58:09. I finally found my strong!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.