Het houdt niet op, niet vanzelf

Ik zit lekker op de bank. Vanochtend hebben we 15 km in Oostvoorne gelopen, daarna heb ik een verjaardag gevierd met een high tea en nu dus in de relaxmodus. Even mijn mail lezen. Er is een nieuw bericht van de TrailClub. Over de BD100, oftewel de Black Devils 100. Een ultratrail van 100 km die we, als Corona het wil, ergens begin mei gaan lopen. Maar zeker twee maanden eerder staat er al een 100 km gepland. Omdat ik bedacht heb dat ik 100 km wil lopen voordat ik 50 jaar word. Noem het maar een midlife crisis. Maar even zonder gekheid, waarom wil ik in godesnaam 100 km lopen?

Natuurlijk speelt mijn ego mee. Hoe cool is het om te kunnen zeggen dat je 100 km loopt? Aandacht is fijn en reken maar dat we er aandacht mee krijgen. Maar dat is niet de enige reden. Grenzen verleggen gebeurt automatisch. Dan heb ik 50 km gelopen en denk ik: ‘Zou ik ook 60 km kunnen?’ En als ik dan 60 km gelopen heb denk ik: ‘Zou ik ook 75 km kunnen?’ En ga zo maar door. De teller staat dus nu richting de 100 km. Bovendien hou ik van mooie ronde getallen, dus 77 km is leuk maar niet rond genoeg. 100 natuurlijk wel. Bovendien ben ik realistisch genoeg om te beseffen dat ik niet meer veel sneller ga lopen, maar verder lukt prima.

Er bij horen. Nog een goede reden om te lopen en daarmee te voldoen aan een basisbehoefte. Ik ben heel zelfstandig en heb voldoende zelfvertrouwen maar toch hoor ik er ook graag bij. Bij die groep mensen die ultratrails lopen, en dan heb ik het ook écht over ultratrails. Eigenlijk 100 km plus maar goed, dat wij dan de in hun ogen babyafstand van 100 km lopen kan ik dan wel mee leven. Ik ben ambitieus maar niet ten koste van alles en ken mijn grenzen, zelfs als ik ze regelmatig verleg. Rome is tenslotte ook niet in 1 dag gebouwd.

Er bij horen ligt heel dicht bij FOMO, waar ik altijd al veel last van gehad heb. Vooral tijdens mijn studietijd. Had ik mezelf voorgenomen om een avond niet te gaan stappen en vroeg naar bed te gaan, stond ik na de film op TV om één uur ‘s nachts toch weer in mijn kortste rokje bij de deur van de disco, want wie weet wat er die nacht zou gebeuren en dan zou ik er niet bij zijn. Dus na het lopen van de Biesbosch Ultra Crossing mag ik de Black Devils toch niet missen! 

Ergens zit er ook nog de kick van ‘de eerste keer’. In 2015 liep ik mijn eerste marathon. Daar was ik 9 maanden mee bezig en de rush van toen ik over de finish kwam had ik slechts tweemaal eerder in mijn leven gevoeld. Toen we de top van de Kilimanjaro bereikten en op mijn huwelijksdag. Maar oh wat voelde dat goed en ik blijf iedere keer weer op zoek naar de volgende ‘fix’. Bij de finish van de Two Oceans, bij de Biesbosch ook. En nu dus hopelijk bij de 100. Daarna wordt het weer puzzelen, ergens houdt het op. Maar dan heb ik er in elk geval genoeg om op terug te kijken als ik straks écht oud en versleten ben.

En dat is misschien wel de laatste reden. Ik zeg niet voor niks, 100 km voor mijn 50ste. Want dat is toch wel een dingetje hoor. Niet zo uitgesproken als Frank dat heeft, maar ook ik vind het eigenlijk maar niks om oud te worden. Ik bedoel, ik heb zelf niet zo’n probleem met het oud worden omdat ik denk dat je net zo oud bent als dat je je voelt, maar de wereld om je heen heeft toch de neiging om een stempel op je voorhoofd te plakken.  50 jaar is oud. En dan is het toch wel heel erg lekker om als een klein kind te kunnen zeggen: ‘Nah, nah, nah, nah, nah, ik ben dan wel 50 maar ik loop toch mooi nog steeds ultra’s van 100 km. Hoe bedoel je oud?’

Dus ja waar houdt het op? Ik denk niet. Of nee, ik moet eigenlijk zeggen dat ik het gewoon niet weet. Er zal een moment komen dat ik het fysiek niet meer kan of dat ik er gewoon zelf geen zin meer in heb. Maar tot die tijd? Ach, laten we eerst die 100 maar proberen. En dan doen we het twee maanden later nog een keer en dan gaan we wel weer op zoek naar het volgende doel. 

Voor de aandacht, om een grens te verleggen, voor de FOMO, voor de kick en vooral omdat ik nog láng niet oud ben.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.