Bonaire Guardian Group Walk & Run

Je gaat op vakantie naar een tropisch eiland en je neemt mee… je hardloopspullen. Oh nee, je duikspullen. Oh ja, toch ook je hardloopspullen. Niks spannends want je gaat slechts een rondje of twee lopen van maximaal 5 km. Een broek, het dunste shirtje wat je hebt want het is warm, een paar oude schoenen, een setje sportondergoed en vooruit, je klokje want je kan inmiddels niet meer zonder.

Eenmaal aangekomen doe je de eerste twee dagen niks want je moet acclimatiseren en hebt enorme last van jetlag. De derde dag besluit je het toch maar te proberen met het lumineuze idee om naar de supermarkt te rennen en weer terug met je ontbijt. Tenslotte heb je dat drie jaar geleden ook gedaan. Toen zat je echter maar 2,5 km van de supermarkt verwijderd, dit jaar ongeveer 5 km. Ach, 10 km moet kunnen toch? Dus kien je uit om er rond 8:00 te zijn als ze open gaan om maximaal van de vroege ochtend te profiteren. Je trekt je spullen aan en gaat op weg. 

Het loopt eigenlijk best lekker en onderweg maak je wat gekke foto’s. Bij de azuurblauwe zee en bij het bord ‘overstekende ezels’, leuk voor thuis en Social Media. Eenmaal bij de supermarkt koop je twee broodjes, een beetje ham en een beetje kaas en begint aan de terugweg. Dan is het al niet zo vroeg in de ochtend meer en eigenlijk best wel warm. Je zweet je een ongeluk en met een onhandig bungelend zakje is 5 km stiekem best wel lang. Maar je overleeft het en springt thuis gelijk onder de buitendouche om af te spoelen.

‘s Avonds lig je in je hangmat een beetje te internetten en bedenkt: ‘Stel dat er een hardloopwedstrijdje op Bonaire zou zijn? En stel dat dat toevallig op een dag is dat wij hier op het eiland zijn?’ Je Googelt wat maar kan niks vinden. Ach ja, het zou ook wel érg toevallig geweest zijn. De komende dagen loop je nog eens een rondje en je gaat uit eten. Je parkeert je auto bij een parkeerplaatsje aan het begin van de hoofdstraat. Je blik valt toevallig op een digitaal reclamebord en je ziet een oranje scherm met alleen de volgende witte tekst: ‘8 km’. Je kijkt je man aan en jullie denken allebei hetzelfde. ‘Het zal toch niet?’ Je blijft staan en wacht tot de rest van het bericht verschijnt. Er is een run georganiseerd door een lokale verzekeringsmaatschappij! En hij is aankomende zondag! ‘Dan zijn we er nog’, zeg je tegen je echtgenoot. En jullie besluiten ter plekke om mee te doen. ‘We zijn er nou toch.’

Na het eten weer thuis zoek je het op op de website. 8 km vanaf het strandje vlak voor de deur naar de andere kant van het eiland. En je schrijft ter plekke in. De volgende dag ga je naar het kantoor om te betalen en je startnummer met shirt op te halen. En een prangende vraag te stellen. ‘Als we bij de finish zijn, hoe komen we dan weer terug?’ De alleraardigste dame legt uit dat er busjes rijden. Verder vertelt ze dat we om 6:30 starten maar ons uiterlijk om 6:00 moeten melden. Een record qua vroeg opstaan om hard te lopen. Er is tevens een waterpost en we krijgen soep bij de finish. Soep? Om 8:00 ‘s ochtends? ‘s Lands wijs ‘s lands eer zullen we dan maar denken.

En zo sta je tijdens je duikvakantie op een tropisch eiland op Pinksterzondag om 6:00 ‘s ochtends in je hardloopkleding met een nieuw shirt en een startnummer opgespeld aan de start van een hardloopwedstrijd. Het moet niet gekker worden!

Ik heb met Frank afgesproken dat we voor onszelf lopen gezien de ervaringen van de afgelopen dagen. Frank heeft enorm last van de warmte tijdens het lopen en het feit dat hij ziek geweest is en nog steeds niet helemaal hersteld is helpt ook niet. Ik ga niet racen (écht wel) maar wil ook niet moeten wandelen (écht niet). Eigen tempo dus. 

We hebben geen idee wat we kunnen verwachten. Zijn er veel deelnemers, wat voor soort mensen lopen er mee, is er een echte start of roept er iemand gewoon dat we mogen gaan rennen, is er publiek langs de kant, is de weg überhaupt wel afgezet? Tijdregistratie gaat handmatig op basis van binnenkomst bij de finish dus vooraan starten is het devies als je een nauwkeurige nettotijd wil hebben. Mijn klokje heeft enorm veel moeite met het vinden van de GPS elke keer en is ook nog eens bijna leeg. En geen oplader mee want ‘ach, we gingen toch alleen maar een paar 5 km rondjes rennen’. Gelukkig doet de Runkeeper het ook zonder dataverkeer wel, dat heb ik de afgelopen dagen getest. 

De wekker gaat belachelijk vroeg. Kan ik gelijk weer een beetje wennen aan de jetlag terug naar huis. We doen het vandaag op een cracker en een banaan. Ik draag het gekregen shirt en een zonneklep met reclame van de organisator. Vind ik wel passend. Rond 5:30 wandelen we naar waar de start moet zijn, ongeveer 500m van ons huis af. Dat is nog eens luxe. Het is nog donker, dat is dan wel weer armoe, maar gelukkig wordt het snel licht. Op Bachelors Beach is het verrassend druk. Er zijn voor de gelegenheid twee tafeltjes neergezet waar de aanmelding plaatsvindt en water staat. Ook staat er een geluidsinstallatie en een speaker die continue de slogan van de run roept: ‘You never run alone’, ik zweer het! We raken in gesprek met een lokale dame die vroeger ook in Rotterdam gewoond heeft. Ze werkt bij de politie, waarvan er een 40 tal meedoen vandaag. Het totale deelnemersveld inclusief wandelaars is 351. 

Om 6:15 begint de warming up. Een ietwat mollige knul doet de oefeningen voor en aan alles kan je merken dat hij geen flauw idee heeft wat hij aan het doen is. De pret is er niet minder door. Dan wandelen we een klein stukje naar de start bestaande uit twee pionnen met twee vlaggen. We hebben nog vijf minuten en de directeur van de Guardian Group die de loop organiseert houdt nog even een praatje. Dan is het klokje en voor de zekerheid de telefoon met de Runkeeper in de aanslag en wordt er afgeteld. En weg zijn we.

De kopgroep gaat er als een malle vandoor en ik hou me ook niet helemaal in. Het is nog niet zo heel erg warm. Dat komt pas na de eerste kilometer als we heuvel op lopen, de zon begint te schijnen en mijn bloed inmiddels is gaan pompen. Gelukkig zijn we hier al ruim een week en hebben we ook al een aantal keren gelopen. Op twee kilometer pak ik in elk geval water van de drankpost. Geen bekertjes maar een soort dichtgesealed plastic zakje. Tanden er in dus om een gaatje te maken. Ik drink een beetje en gebruik de rest om mijn gezicht en armen te koelen.

Bij kilometer twee weet ik al dat het geen 8 km is. Het bord staat er veel te vroeg getuige het feit dat we nog niet bij het Donkey Sanctuary zijn en we dit stukje van de week ook gelopen hebben. Ik maak me er niet druk om. ‘Relax, je bent in Bonaire.’ Het parcours is een grote lange rechte weg en een beetje saai. Er is niks afgezet of afgesloten dus we waren al gewaarschuwd dat we rechts moesten blijven lopen en op moesten passen voor ezels. Dat kan ook alleen maar in Bonaire. Ik hou een redelijk gelijkmatig tempo en haal zowaar wat mensen in. Maar ik word ook ingehaald, voornamelijk door mannen. 

Op kilometer vier verwacht ik een tweede drankpost maar die blijft uit. Dat wordt dus doorlopen en schuift mijn plan om even rustig wat te drinken en te wandelen door naar kilometer 6. Tegen de tijd dat ik daar ben besluit ik dat het nog maar twee kilometer is, minder er vanuit gaande dat de trend van de te korte route zich gewoon doorzet, en ik dus net zo goed door kan blijven lopen. Ik loop inmiddels relatief alleen, met een man voor mij en voor zover ik snel kan zien een man achter me. De dame waarvan ik dacht dat ik die niet meer in ging halen heb ik allang achter me gelaten. Omdat er verder geen eer te behalen valt aan nog iemand inhalen en ik niet meer bang hoef te zijn om ingehaald te worden tenzij ik ineens ga wandelen, hoef ik niet te versnellen en probeer gewoon tempo te houden.

Toch ben ik enorm blij als ik de laatste kilometer in ga. Ik heb het bloedje heet en behoefte aan drinken. Mijn hartslag is sky high en ik ga dit tempo niet heel lang meer volhouden. Zoals gewoonlijk ben ik nog blijer als ik de finish zie die ik juichend passeer nog even poserend voor de foto. Bij de finish overigens geen muziek maar een local die driftig op zijn trommel drumt. En ik had gelijk, mijn klokje blijft steken op 7,6 km. Omdat er geen officiële tijdregistratie is maak ik even een foto van mijn eigen uitslag alvorens in een rustig tempo de 8 km vol te maken. Want 8 km is ook op Bonaire 8 km en geen 7,6 km. Ik pak een melige appel en wat water en wacht op Frank, die 6 minuten later binnenkomt. Hij heeft het erg zwaar gehad de eerste km vanwege het slijm in zijn keel, daarna ging het wel weer.

We babbelen met wat andere lopers en halen ons gratis vissoepje als de prijsuitreiking begint. We moeten toch wachten tot de bussen komen en die komen pas om 9:00. De prijzen worden uitgedeeld aan de eerste drie van elke leeftijdscategorie, mannen en vrouwen. Frank denkt dat ik podium gehaald heb maar ik verwacht niks. Er stond minstens een dame al uitgerust bij de finish te wachten toen ik binnenkwam en die duidelijk in mijn categorie zit. Je weet wel, de oude mutsen categorie. Nummer 3 wordt omgeroepen en dan hoor ik ineens toch mijn naam. Ik ben tweede geworden! Nummer één is inderdaad de dame die ik heb zien staan. Ik krijg een mooie zilverkleurige medaille en mag op het podium voor een foto met de directeur. Dat ik dat nog mag meemaken op mijn oude dag.

Als alle prijzen vergeven zijn, inclusief de overall winnaars man en vrouw, waarbij de bewuste dame uit mijn categorie met 32 minuten eerste is geworden, lopen we naar buiten waar net de bus komt aanrijden. Een oude schoolbus omgedoopt in ‘Chill bus’. Hij brengt ons terug naar Bachelors Beach vanwaar we naar huis lopen. Onze dag kan beginnen.

‘En dan sta je op je duikvakantie zomaar ineens als tweede in je categorie op het podium van een hardloopwedstrijd en heb je toch nog een medaille gewonnen…’

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *